Op een keer ging ik bij een vriend, ik zat in groep 8, hij ook. Vroeger had ik ruzie met hem, maar nu niet meer. Toen ik bij hem thuis kwam, gingen we eerst een spelletje doen. Het werd erg laat (monopoly

) maar we mochten het wel afmaken. Wim verloor, ik won. Ik voelde me beter dan hij, dat gevoel werd nog sterker toen Wims vader zei dat hij zijn pyjama moest aantrekken. Even later kwam hij weer beneden. Hij had een blauwe pyjama aan. Zwijgend legde hij iets op tafel: een luier. Wat grappig! Wim in een luier! Ik voelde me nu groter dan hem.
Wim moest van zijn vader op de bank gaan liggen en zijn broek naar beneden doen. Hij bleek geen onderbroek meer aan te hebben, wel een T-shirt met flappen die door zijn kruis kwamen, die zaten los. Wims vader tilde de billen van Wim op en legde de luier eronder. Hij liet de Wims kont weer zakken en trok de luier door zijn kruis omhoog, zijn aftapbuis werd naar beneden gelegd. Toen vouwde zijn vader de luier strak dicht. hij wreef nog even over de voorkant, controleerde of de luier goed zat en liet Wim weer staan. Blozend en beschaamd stond hij met een traan op zijn wang daar in de kamer. Monopoly stond nog op tafel. Wims vader trok de flappen door Wims kruis en drukte de drie drukkertjes dicht. Wim trok zijn pyjamabroek weer omhoog. Het was wel duidelijk dat hij een luier aan had, zijn pyjamaboek viel niet in de bilspleet, zoals gewoonlijk en aan de voorkant was ook een bult.
Dit alles had ik met open mond gadegeslagen. Ik dacht op school weleens een luierrandje boven Wims broek te hebben gezien, maar had er nooit aandacht aan geschonken. Wims moeder was inmiddels thuis gekomen en zag dat hij al klaar was voor bed. Zij bracht hem naar bed, maar bleef wel erg lang weg.
Ondertussen kwam Wims vader naar me toe. Hij zei: 'Ik zag dat je erg verrast was, plas jij niet meer in bed?'
'Ja, soms wel', stotterde ik, 'maar ik hoef nooit een luier om.'
'Dat moet je dan maar niet tegen Wim zeggen, hij vindt luiers niet leuk, maar weet dat hij het nodig heeft. Weet je wat? Om hem een beetje te troosten, mag jij ook een luier om.'
'Nou, euhmmm,' zeg ik, 'dat wil ik liever niet. Ik plas wel soms in bed, maar mamma doet mij ook nooit een luier om.' Maar tegen de overtuigingskracht van Wims vader was in niet bestand. Even later lag ik op de bank. Wims vader trok mijn spijkerbroek naar beneden en zag mijn onderbroek. Verbaasd keek hij: ‘dit is geen gewone onderbroek, Bart. Plas jij overdag ook in jouw broek?’ Ik had namelijk een dikke onderbroek aan, die ongeveer een halve liter vocht kon vasthouden. Gewoon van stof, maar in mn kruis wat absorbtiemateriaal. Omdat ik zo laat mogelijk naar de WC ga, ontsnapt er van tevoren weleens iets. Ik haat deze onderbroeken, maar ik loop er al jaren mee en ben er inmiddels wel aan gewend. In de klas, tijdens het uitkeleden voor gym of zwem, is het nog nooit door iemand opgevallen.
‘Euh, ja, overdag ga ik soms laat naar de WC, dan plas ik al een heel klein beetje in mijn broek. Dit komt alleen maar omdat ik altijd druk bezig ben, dan heb ik geen zin om weg te lopen en naar de WC te gaan.’ ‘En ’s nachts dan? Zeg eens eerlijk?’ reageerde Wims vader. ‘Dan heb ik dezelfde onderbroek, maar nooit een luier. Dat zei ik toch al?’ Wims vader was overtuigd. Hij trok de dikke onderbroek uit en legde hem weg. Hij haalde snel een luier boven, en ik lag naakt op de bank in de kamer… Toen hij terug kwam, had hij ook weer zo’n T-shirt bij zich. Hij vouwde de luier open en zei dat ik mijn billen op moest tillen. Hij schoof de luier eronder en duwde mijn taille weer naar beneden. O! Wat schaamde ik me voor hem! Maar goed dat de onderbroek nog droog was!
Wims vader trok de voorkant van de luier tussen mijn benen door en legde hem op mijn mannenstelsel. De uitlaat werd net als bij Wim naar beneden gericht. Hij hield de luier op zijn plaats door één hand erop te leggen. Met de andere plakte hij de zijkanten vast aan de voorkant.Hij vroeg me te staan, ik deed het.
Inmiddels was het buiten donker geworden, en ik zag me in de spiegeling van het raam staan. Nee, dat was ik niet, dat was een grote baby! Wims vader had mijn pyjama uit mijn logeertas gehaald. Hij knoopte mijn blouse los en trok hem met mijn hemd uit. Nu stond ik met alleen een luier en sokken in de kamer, weer keek ik in de spiegeling… Ik kreeg het T-shirt aan, die werd net als bij Wim in mijn kruis dichtgeknoopt. Mijn shirt had 4 drukkertjes, die van Wim 3. Een randje van de luier stak een klein beetje onder de randen van het door de flappen gevormde broekje uit. Ik was wat langer dan Wim (nu niet meer), daardoor trok het pakje mij als het ware ineen. Er werd in mijn kruis getrokken (omhoog) en aan mijn schouders (naar beneden). Ondanks dat gevoel, was ik helemaal niet blij met de luier. Ik dacht: waar ben ik aanbegonnen. Ik ga hier nooit meer logeren.
Maar Wims vader gaf me geen tijd om te denken. Hij zei dat ik in de ene pijp van de pyjamabroek moest stappen. Hij hield hem voor me. Ik kon niet anders en even later had ik mijn pyjamabroek aan. Hij was aan de kleine kant, dus de geleende luier van Wim was duidelijk zichtbaar. Ik stak automatisch mijn handen omhoog, zodat Wims vader mij het pyjamashirt aan kon trekken. ‘Zo, dat weet je goed! Kleed mama jou altijd voor de nacht aan?’ Zei Wims vader verrast. ‘Nee, dit heb ik van mijn broertje. Thuis mag ik me altijd zelf aan en uitkleden.’ ‘Nou, vooruit, ik geloof je.’
Even later had ik mijn pyjama aan. Het shirt was een beetje kort, dus de romper (zoals Wims vader het noemde) was goed te zien: lichtblaw met lieve teddybeertjes. Wims romper was in breedterichting gestreept. Ik werd naar boven gebracht, waar Wims moeder aan het voorlezen was. Wim lag op zijn buik met zijn duim in zijn mond (hij was toen 12 jaar!) te luisteren. Wims vader zei: ‘Kijk eens Wim! Bart plast soms ook nog in zijn broek. Hij heeft zelfs overdag een soort luieronderbroek aan! Zoals je ziet, heeft hij jouw strafromper en een luier van jouw aan.’ Verbaasd keek Wim me aan: ‘Echt waar? Bart, plas jij ook weleens in je broek?’ Schuchter gaf ik toe, maar nu dacht Wim dat het altijd een grote plas was, en dat ik ’s nachts ook luiers aan had. Maar ik ging overdag SOMS een beetje laat naar de WC, wat moet Wim wel denken! Ik kroop maar gauw in bed.
Maar voordat ik de deken over me heen kon trekken, stond Wims moeder naast mijn bed. Ze zei dat ik even moest wachten. Ze ging weg, en kwam terug met iets in haar hand. Ik moest op mijn buik gaan liggen. Nu voelde ik heel duidelijk de luier op mijn gereedschap drukken. Wims moeder bond een haakje aan een ring onder het bed en spande een dikke band over mijn rug. Ik kon niet meer draaien. Iets later zat er een riempje om mijn bovenbenen en -armen. Ik lag vast. Alleen mijn onderarmen en -benen kon ik nog bewegen, net als mijn hoofd. De deken werd over me heen getrokken en Wims vader dekte me heerlijk toe. Hij zei dat Wim wleens de neiging heeft om te gaan slaapwandelen. De steile trap en de hoge drempels in het huis waren erg gevaarlijk, dus bond hij hem vast. Omdat ik hier logeerde, werd ik ook maar vastgebonden, anders kon ik Wim bevrijden. Om te bewijzen dat Wim ook vast lag, trok hij Wims deken wek. Ja hoor, ook hij lag muurvast.
Even later waren Wims ouders weg. Wims bed stond naast de mijne. Het eerste kwartier zeiden we niets, toen begon Wim vragen te stellen. Ik antwoorde alles eerlijk, hij geloofde me. Ik vroeg hem ook veel vragen, hij antwoorde ook eerlijk: elke nacht een luier en romper (=babypakje) aan en vastgebonden in bed. Als zijn luier lekte, moest hij de volgende nacht de romper aan, die ik die nacht aan had. Al met al was Wim zieliger dan ik. Mijn bed bleef droog, ik kon de hele nacht slaapwandelen als ik wilde, en hoefde nooit een luier om. Maar dat ik de strafromper aan had, gaf me geen fijn gevoel. Ik kon me niet bewegen, moest plassen en voelde mijn luier heel goed zitten. Wim raakte aan de praat, hij bleef maar over de luiers praten. Ik sufte weg toen Wim ineens zei: ‘Zo hé! Hoe doe je dat?’ Ik was weer klaarwakker. ‘Wat bedoel je?’ ‘Had je dat dan niet door?’ vroeg Wim verbaasd, ‘je liet een hele harde scheet!’ Ik schrok, de afgelopen tijd had ik last van diarree. Mijn luier was warm en dik geworden. Ik kon niet voelen, want mijn armen zaten vast, maar ik wist het: een grote boodschap… Ik zei tegen Wim dat ik vaag wel wat hoorde, omdat ik al half sliep. De bruine derrie in de geleende luier van Wim verzweeg ik. Hij zou het vanzelf wel ruiken.
De volgende ochtend was ik al vroeg wakker. Ik kon niet weten of ik nou nog in mijn luier geplast had, wel voelde hij koud en vies aan. Na een dik uur kwam Wims moeder de kamer binnen. Ze schrok van de lucht (poep) en maakte me snel los. Wim sliep nog. Ik loog fluisterend: ‘sorry, ik heb al een week last van diarree. Ik moest heel nodig, maar durfde niet te roepen, want Wim sliep al.’ Wims moeder vond het toch niet zo erg. De luier had niet gelekt. Ze trok mijn pyjama uit (met de broek had ze moeite) en liet me naar de badkamer lopen. In de badkamer werd mijn romper uitgetrokken. Ik moest zelf mij luier losmaken, in een tasje doen, in de prullenbak doek, douchen en over 5 minuten klaar zijn. Ondertussen maakte Wims moeder hem wakker. Hij werd ook losgemaakt en werd even later met een natte luier de badkamer ingeduwd. Ik stond naakt voor het bad en sloeg snel een handdoek om me heen. Wim trok uit zichzelf de luier uit en borg hem net als ik netjes op.
Wims moeder kwam naar me toe, droogde me verder af en zei dat ik weer naar de slaapkamer van Wim moest. Daar tilde Wims moeder me op en legde me op bed. Ik was nog steeds naakt en wist niet wat ze met me van plan was. Toen haalde ze een luier uit een kastje en legde hem naast me. Ze trok met één hand mijn benen en billen aan mijn voeten omhoog. Met de andere hand vouwde ze de luier open en legde hem onder me op het bed. ‘Waarom moet ik nu weer een luier om?’ vroeg ik ineens huilend. ‘Ik hoef van mama nooit een luier om, en nu moet ik ’s nachts én overdag een luier! Waarom?’ Wims moeder legde mij haarfijn uit dat ik diarree had en dat een luier dan erg van pas komt. Ik wist het, ze had gelijk. Toch sputterde ik tegen, maar Wims moeder had de luier inmiddels al strak dichtgevouwen. ‘Een tweede reden dat je nu een luier omkrijgt, is dat je zelf hebt gezegd dat je overdag weleens een klein plasje laat lopen. En ik vind het zonde om zulke dure onderbroeken te verspillen als je gewoon een luier om kan hebben.’ lichtte Wims moeder toe. En weer wist ik het, ze had volkomen gelijk. In moest staan en kreeg weer een romper aan: blauw met rode strepen in breedterichting. Ik kreeg de kleren van de vorige dag aan. De spijkerbroek zat heel strak om mijn kont. Toen Wim klaar was met douchen, werd hij door zijn moeder helemaal aangekleed. Zonder luier. Hij kon niet nalaten mij te vragen waarom ik zo’n leuk kontje had. Ik berd boos en begon te huilen.
Wims moeder had ons alleen gelaten en ik lag snikkend op het bed van Wim. Hij kwam naast me zitten en legde zijn hand op mijn kont. Afschudden had geen zin, ik begon weer te huilen. Wim probeerde mij te troosten. Dat lukte. Na enige tijd zaten wij aan de ontbijttafel. Ik had een dik gevoel onder mijn kont. Ook mijn benen kreeg ik moeilijk tegen elkaar. Ik had niet veel trek. Even later zaten Wim en ik met een elektrische trein te spelen. Ik hoefde nog niet naar de WC, maar voelde wel heel de tijd mijn luier zitten. Wim raakte af en toe per ongeluk mijn komt of de voorkant ervan aan. ‘Sorry’ zei hij telkens, ‘ik verloor mijn evenwicht.’ Smoesjes natuurlijk, hij was gewoon iets te nieuwsgierig. Toen ik op mijn hurken zat en op mijn kont, euh… luier, wilde gaan zitten, zat ik ineens op zijn hand. Dat kon hij nooit per ongeluk doen!
Wims ouders gingen weg, wij moesten thuis blijven en lief zijn. Ze zouden pas met het avondeten terug zijn. We hadden het rijk alleen! Wat mijn luier betrof: ik mocht naar de WC als ik moest, als mijn luier erg nat was, mocht ik zelf een nieuwe aan doen.
Toen we een half uur alleen waren, zei Wim: ‘Bart, ik vind het heel schattig als ik zou die luier zie. Heb je er al in geplast?’ Ik keek raar op en gaf een ontkennend antwoord. ‘Dat wordt dan wel tijd, hier heb je nog een beker cola.’ Cola heeft altijd een bepaalde uitwerking op me, ik moet na het Cola drinken meestal ineens plassen. Ik had dat weleens tegen Wim gezegd en hij had het onthouden. Nietsvermoedend dronk ik de Cola op. Wim was intussen even naar de gang. Toen ik even later ineens nodig moest plassen, zei ik het tegen Wim. Hij zei: ‘oh, niet erg hoor, ja mag toch nara de WC’ Daar aangekomen, zag ik dat hij op slot was. Dat had Wim gedaan! Hij wilde me in mijn luier zien plassen! Ik rende naar boven, maar was al te laat. Een warme stroom liep naar buiten en mijn ballen, kruis en billen werden warm en nat. Mijn broek bleef droog! Ik liep naar de slaapkamer en pakte drie luiers (een romper kon ik niet vinden). Één trok ik zelf aan, de natte gooide ik weg. Wim had niets gemerkt. Ik liep weer naar beneden, en zei dat ik boven geweest was. Ik zag Wim balen, hij ontdekte namelijk dat mijn luier nog steeds droog was. Ik zou hem wel een lesje leren.
‘Trek je broek uit!’ riep ik, ‘en snel! Je wil mij in mijn luier zien plassen, hè? Nou, ik zal je vertellen, dat gaat niet door. Jij zal straks zelf weten hoe het voelt om terwijl je wakker bent in je broek te plassen.’ Hij schrok zichtbaar. Hij trok vertwijfeld zijn broek uit. Hij moetst op de grond gaan liggen en ik trok zijn shirt omhoog en zijn onderbroek naar beneden. Inmiddels wist ik een beetje hoe je een luier omdeed, dus was het niet veel moeite om hen twee luiers aan te trekken. Wim was enorm geschrokken, hij deed ineens alles wat ik zei. Toen hij de luiers aan had, sjorde ik zijn onderbroek en spijkerbroek omhoog. Dit ging erg lastig, maar het lukte. Ik deed zijn shirt in zijn broek, daardoor zag je de luiers extra goed. Wim begon te huilen. Ik gaf hem veel drinken en dwong hem het op te drinken. Even later zat hij geconcentreerd voor zich uit te staren. Toen werd hij rood. Ik zag het: hij plaste in zijn luier. Ik begon keihard te lachen en zei: ‘Wimpie, ik loop al vanaf vanochtend in een luier, jij nog maar een uurtje. Wie plast er als eerste in zijn broek? Baby, bedplasser, kleuter, broekenplasser! Je houdt de luiers aan totdat jouw ouders terug zijn.’ Wimpie begon te huilen, hij werd boos. Maar ik zei dat ik alles in de klas zou vertellen als hij niet snel stil werd. Dat hielp.
Daarna gingen we weer met de trein spelen. Ik haatte mijn luier, maar was gehoorzaam en hield hem om. Om Wim te plagen (hij zat stil vor zich uit te staren) raakte ik af en toe ‘per ongeluk’ zijn kruis, kont en bult aan de voorkant aan. Heel overdreven verontschuldigde me ik dan. Toen vroeg hij ineens: ‘Bart, sorry, ik zal je niet meer aanraken. Wil je de luiers af doen?’ In stemde toe, maar eerst moest hij nog een keer plassen. Hij deed het. De luier lekte! Dat was wat ik wilde. Een natte plek, Wims ouders zouden mijn wraak afmaken. Ik zei niets en deed de luiers af en gooide ze weg. Toen voelde Wim dat zijn broek nat was. Ik zei dat het niet uitmaakte en dat ik hem ooknietb meer zou plagen. Ik pakte amijn logeerspullen weer in en zette alles klaar om weg te gaan. Want na het avondeten ging ik weer naar huis.
Wims ouders kwamen weer thuis. Ze vroegen gelijk hoe het met mijn luier was. ‘Goed!’ zei ik, ‘nog helemaal droog!’ (over de eerste luier zei ik niets). Ze gaven me een compliment, ik werd trots. Toen zagen ze Wims broek. Hij was een beetje nat. Zijn ouders vroegen wat er gebeurd was. Wim was en bleef mijn vriend! Hij zou me nooit verraden. Schuchter zei hij dat hij toen zijn ouders thuis kwamen net een beetje in zijn broek geplast had. Mijn luier en romper werdt uitgetrokken en Wim kreeg een luier en mijn romper aan. Overdag! We gingen eten. Daarna bedankte ik iedereen en vertrok. De week erna heb ik op school goed op Wim gelet. Hij deed aardig tegen mij, ik ook tegen hem. Hij had nog een hele week een luier om. Hoe later op de dag, hoe beter zichtbaar hij was. Hij ging die week nooit naar de WC op school. Niemand merkte het op, niemand lette erop. Ik wel. Ik lachte van binnen, maar had ook medelijden met hem. Met gym zag ik zelfs een stukje luier boven zijn onderbroek uitsteken. Hij zag mij kijken. Hij bloosde. Hij keek naar mijn onderbroek. Die was ook wat dikker. Ik bloosde. Ik ken hem aan, we lachten een beetje. De vriendschap is totop vandaag de dag aan de gang. Nu, Wim en ik zijn inmiddels 17. Wim heeft overdag af en toe nog steeds een luier om, dat zie ik alleen omdat ik erop let. Maar ik zeg er niks van, ik wil hem niet kwetsen. Ik heb inmiddels gewone stoere boxershorts. En ’s nachts af en toe een drynite naturlijk
