Weer een nieuw hoofdstuk. Houdt er rekening mee dat sommige dingen nog verwarrend over kunnen komen, maar later zeker duidelijk zullen worden.
Enjoy!

Er schoot een pijnlijke steek door zijn enkel heen toen hij met een plof in de tuin landde. Hij kermde het uit van de pijn terwijl hij schichtig om zich heen keek. Zijn blik gleed langs de onderkant van de keukendeur tot de vervallen en lelijk geschilderde poort. Hij hoorde geen verdacht geluid, maar wist zonder twijfel dat degene die hem vanaf het zolderraam – en misschien een aantal van zijn handlangers – al halverwege beneden waren om hem alsnog te overmeesteren.
Wederom schoot er een verscheurde pijn door zijn enkel toen hij op probeerde te staan. Hij voelde het vaag klinkende gekraak van zijn luier bij die beweging, het verschil was alleen dat was het nu hol klonk en mijlen ver weg.
Na wat enig val- en opstaan werk, gepaard met wat gekreun, slaagde Joshua er in om wankelend weer op zijn benen te balanceren. Hij keek nu pas naar zijn enkel, en zag tot zijn grote schrik zijn broekspijn nat was van het bloed. Deze situatie spoorde hem enigszins aan om te gaan lopen. Joshua kwam stapje voor stapje dichter bij de houten poort van de tuin, als een peuter die op weg was naar de snoeppot met een angstaanjagende nanny op de hielen.
Joshua legde zijn trillende hand op de deurklink, maar verder kwam hij ook niet want er klonk een kort, fluitend gefluit gevolgd door een klein prikje in zijn nek. Uit reactie greep hij met de minimale kracht die hij nog had naar de gevoelige spot op zijn nek. Toen hij zijn hand voor zich hield en hem opende lag er een klein pijltje in zijn hand. Een gifpijltje, dacht hij terwijl er woede opborrelde. Kunnen ze het niet eens op een eerlijke manier winnen van – desnoods – een jongen, en ook nog eens een die in de minderheid was?
Joshua had geen kans om verdere dingen te denken over zijn benauwde situatie, want voelde zijn lichaam slaap worden en het duurde ook niet lang voordat hij op zijn knieën zakte. Het kwam nu pas in hem op om zich om te draaien, maar dat daar was het al te laat voor. Nog enigszins zijn val brekende door zijn arme voor zich te houden viel hij voorover neer. Hij sloot zijn ogen maar alvast voordat hij daadwerkelijk buiten westen was.
Was ik maar een walvis, of een ander groot dier. Dan had ik eerst nog iedereen kunnen verpletteren! Schoot hem te binnen voordat hij black out ging - In gedachten verscheen er een grijns op zijn gezicht, gevolgd door een diepe slaap.
Een zure lucht drong zijn neus binnen, en zorgde ervoor dat langzamerhand wakker werd. Zodra Joshua zijn ogen opende merkte hij dat hij enorm bezweet was. Ook droeg hij nu andere kleding, namelijk een bruin, vuil en bezweet tshirt en een lange broek dat iets weg had van de broeken die militairen hadden.
Het gekke was dat hij onderuit op een stoel gezet was, maar niet vastgebonden. Normaal hoorde dit een meer rustgevend gevoel te geven, maar het feit dat hij eerst door fake- politie agenten achtervolgd en neergehaald werd als een wild dier, terwijl ze hem vervolgens de vrijheid gaven om tijdens zijn gevangenschap vrij te kunnen bewegen verontrustte hem; hier was duidelijk meer aan de hand dan de jagers die het dier, die een bedreiging vormde, te koesteren door hem op te sluiten.
Om het geheel in een nog verschrikkelijker perspectief te laten gebeuren, voelde Joshua ook nog aanrang om te plassen. Bijna automatisch wilde hij het al laten lopen, maar kon het nog net binnen houden toen hij door had dat het zachte matje (ja, dat woord heb ik uit het verhaal “het Slot”) en het gebruikelijk gevoel van je beneden die gespreid zijn door een dikke luier, weg was.
Hij slaakte een korte kreet en voelde pijnlijke druk op zijn blaas komen. Terwijl de zweetplek op zijn t-shirt groter werd van het druk maken, begon hij zijn omgeving te oriënteren:
Hij bevond zich in een in metaal omhulde loods, wat iets weg had van de lege machinekamer aan boord van een schip. Hij bracht hierbij dus de conclusie dat hij op een schip zat ter bevestiging toen hij naar de enorm massale, metalen deur aan het einde van de ruimte keek. Het had een soort stuur die je rond moest draaien en vervolgens naar je toe trekken om de deur te openen. Oftewel: een waterdichte deur en dat betekende dus vrijwel zeker dat hij op een schip of onderzeeër zat.
Hij zocht naar ramen, maar tevergeefs. Het enige wat hij tegenkwam was de beige, metalen wanden en een tafel die op simpele, houten en scheef bevestigde poten stond.
Joshua voelde zich enorm draaierig in zijn hoofd toen hij in beweging kwam door op te staan. Hij was gedesoriënteerd, wat irriterend nabonkte in zijn hoofd. Terwijl hij langzaam weer al zijn spieren weer slap maakte en neerknielde op de grond, hoorde hij heel licht klakkend geluid. Hoge hakken op metaal.
Joshua stond op en liep in gebukte houding op weg naar de deur, om vervolgens er naast te staan en degene met de klakkende hakken te elimineren en te ontsnappen. Hij kwam echter niet ver want in het midden van zijn tocht naar de deur werd hij pijnlijk tegengehouden door een blijkbaar doorzichtig glazen muur. Toen hij met zijn hoofd tegen het glas botste trilde het heel licht, waardoor Joshua nu met zekerheid kon constateren dat het een doorzichtig, glazen muur was.
Opgefokt vanwege het feit dat hij geen zin had in deze verwarde spelletjes, rende hij – nu met zwaar klinkende voetstappen – terug naar de verwaarloosde stoel en pakte hem zonder enige moeite op. Terwijl hij de stoel met een stenen gezicht boven zijn hoofd uit tilde en grote stappen maakte waardoor hij zijn gooibereik verhoogde en meer impact zou maken op de bijna onzichtbare glaswand.
“Bespaar de moeite Joshua, dat heeft geen zin. “ klonk een warme vrouwenstem nadat de onbekende spreker snel en soepel drukbestendige deur geopend had.
“En mij hier opsluiten heeft wel zin?!” Ondanks zijn kwaadheid gehoorzaamde hij aan de wijze stem en liet de stoel enigszins schrikkerig zakken. Hij kreeg alleen geen antwoord op zijn naderhand onbeleefd gestelde vraag.
Nu had Joshua de tijd om de vrouw in zich op te nemen.
Ze had opvallende blond, lang krullend haar en grote, blauwe ogen. Ze was gehuld in een witte doktersjas waarbij wat pennen en ander klein materiaal uit haar borstzakje stak. Verder had ze - in tegenstelling tot haar blik - onopvallende schoenen aan.
De vrouw, waarvan Joshua nu zag dat ze best lang was liep naar een muurkant van de ruimte. Ze stak een sleutel van uit haar borstzakjes in een klein gat met vlak daarboven een handvat. Het was iets dat Joshua normaal niet over het hoofd zou zien, maar blijkbaar nu wel, tot zijn schaamte.
De vrouw draaide de sleutel een kwartslag om, gevolgd door een klik.
“Kan ik erop vertrouwen dat je geen gekke dingen gaat uithalen wanneer ik deze deur open en binnenkom?” vroeg de vrouw. Haar stem klonk door een 2 speakers die gesprekken tussen de door de ‘glasmuur’ onhoorbare ruimtes in een hoekje hingen.
“Ja, dat kan je…” beloofde Joshua na enige twijfel. Hij moest dit spel zuinig spelen. zij wilden slim doen, dan moest hij daarin mee gaan. Hij ging er bij deze ook maar blindelings vanuit dat hier meer personen achter zaten.
De vrouw opende de deur terwijl ze Joshua scherp en oplettend aankeek. Nu Joshua in haar heldere, blauwe ogen keek, kon hij opmerken dat haar blik iets weg had van een dinosaurus.
“… Hallo Joshua. Ik ben Julliet.” Ze stak hand uit en er verscheen een flauwe lach op haar gezicht.
“blijkbaar weet u al wie ik ben?” merkte hij scherp op.
“Dat weten we inderdaad.” Zei de vrouw terwijl ze naar een camera wees die achter Joshua hoog tegen de muur hing. Het was een redelijk ouderwets model, maar waarschijnlijk net goed genoeg voor een stel kerels die het gesprek nu achter monitors aan het volgen waren.
“Jullie hebben zeker niet van privacy gehoord hier?” vroeg Joshua terwijl het hem op dit moment eigenlijk geen zak uit maakte wie zit gesprek volgden, maar gewoon wilde peilen hoe scherp Juliet was. Zonder nog op een antwoord te wachten vervolgende Joshua ongeduldig: “Wat moeten jullie van me? En waarom is het zo moeilijk gewoon mijn handen vast te binden en me zonder een heel toneelstuk gevangen te nemen, terwijl jullie ondertussen vertellen waarom jullie het eigenlijk doen?” Sprak Joshua met verheffende stem
“Hou ons niet aan als een stelletje amateuristische, onnozele sukkels, Joshua.” Sprak ze hem op strenge toon toe. Ze deed een stap naar voren om hem nog meer in zich op te nemen.
“Wat weet je eigenlijk wel niet van mij? Ik durf..- “ Joshua werd met een licht handgebaar afgekapt.
Juliet nam een kleine teug adem en sprak: “Joshua Geerling, 15 jaar en wonende in Nederland, Bennebroek.
De naam van je basisschool was De Viersprong, waarna je vervolgens met een score van 5.36 doorstroomde naar het VMBO. Zal ik ook nog je persoonlijke gegevens met je doornemen? Als ik die van alle 28 mensen uit mijn hoofd zou moeten leren…”
Joshua slikte een brok weg, maar keek haar niettemin vragend aan.
“..28 mensen?” Was het enige dat hij door zijn keel kreeg.
“Precies.” Verzekerde ze met een licht knikje. Weer verscheen er diezelfde glimlach op haar gezicht.
Volwassen, maar toch lief. Het deed hem denken aan Nathalia….
Nathalia stapte uit de taxi, op het parkeerterrein. De flat zag er vredig en verwelkomend uit. De deur maakte een zoemend geluid toen Nathalia hem open deed en vervolgens net zo warm werd verwelkomd als het gebouw zelf:
“Heeey meis!’ begon haar oom Ben. “ lang niet gezien!” zei hij terwijl hij zijn armen spreidde voor een knuffel.
“mijn kleine nichtje!” Vervolgde hij knorrend. Ze glimlachte even en wees haar oom er spelende wijs op dat ze al een jongedame was. De beste man verontschuldigde zich gepaard met een grote glimlach en gebaarde Natahlia om verder te lopen.
Na een aantal redelijk moderne trappen voor een flat belopen te hebben kwamen de twee aan op de 5e verdieping. Nathalia kon zich herinneren dat ze als 5 jarig meisje met hand in hand met haar ouders de trap op liep, waar haar oom - die ze altijd van veraf herkende aan zijn gemillimeterde haar en dikke buik -hen met dezelfde grote glimlach op zijn gezicht als daarnet en met zijn grote handen begroette. Haar ouders begroette oom vrolijk en haar moeder gaf haar broer – Ben - nog een extra knuffel. Ze zag het totaalplaatje van hoe haar moeder met een grote glimlach en stralende, witte tanden haar armen om hem heen sloeg. Haar bruine, krullende haar moest Nathalia denken aan haar eigen haar en strook haar hand er even doorheen.
Ze voelde een traan ontsnappen en over haar wang naar beneden rollen. De traan liet een warm spoor achter maar Nathalia deed geen moeite om hem weg te halen. Ze wist dat ze haar verdriet kon vertonen tegenover haar oom en deed dit ook. Het was tenslotte haar eigen stomme schuld dat haar ouders er nu niet meer waren. Als zij niet was begonnen met het werk wat ze onlangs zelfs opnieuw heeft aangeboden gekregen en geaccepteerd heeft, zouden haar ouders nog leven.
Maar dan zou ze Joshua, het enige waar ze behalve haar enigste familie –namelijk haar oom en neef – ook nooit gekend hebben.
Niet veel later stond Nathalia met bezwete handen naast haar oom in de hal.
“Steve!” begon haar Oom. “Kom eens. Ik heb iemand meegebracht.” Het bleef een tijdje stil in de huis, maar uiteindelijk ging de tussendeur enigszins stroef open. Er stapte een jongen van net iets boven de 1.80m de hal binnen. Hij had het pikzwarte, korte haar wat hij van zijn vader, die nu zo goed als kaal is, geërfd.
“En jij bent Nathalia neem ik aan?” Vroeg de jongen half verrast, half kurkdroog. Zijn uiterlijk had iets weg van een Italiaan: Lang, mager, kort zwart haar en holle donkere ogen.
“Klopt” antwoordde ze droogjes. Om het ijs te breken liep ze naar hem toe en gaf de lange jongen een knuffel. Ze hoorde bij zijn onderrug iets kraken, wat haar weer ter herinnering bracht dat zij er wel al lang voor uit zijn gekomen.
“Kan je nog herinneren dat ons gezin er voor heeft gekozen om luiers aan te schaffen, vanwege onze behoeftes?” zei hij liefkozend toen ze elkaar weer los lieten.
“Jazeker.” Ze keek haar oom een fractie van een seconde bedenkelijk aan. “En ik weet ook nog dat ik maar al te graag kwam luieren bij jullie, zonder dat mijn ouders het wisten. En ik weet ook nog dat ik thuis het lef er niet voor had om het op te biechten aan mijn al te lieve ouders” Er klonk eenzaamheid en verdriet in haar stem. Steve zag dit en sloeg een arm om haar heen, waardoor Nathalia de luier nu duidelijk voelde.
“Zou ik….-” Verder hoefde ze deze beschaamde vraag niet uit te klappen, want haar oom maakte gelijk een knikkend gebaar dat het goed was. Hij keek vervolgens even doelbewust naar Steve die het gelijk snapte en Nathalia nog steeds omarmt naar haar kamer begeleidde.
“Je hoeft je niet te schamen om de echte reden dat je hier bent. Dat jij de keus hebt gemaakt om na zo’n ongeluk met je ouders opnieuw een “job” aan te nemen, is geheel aan jou. En als jij denkt dat je er weer klaar voor bent staan wij volledig achter die keus.” Ze keek Steve even doordringend in de ogen aan. Steeds nieuwe herinneren kwamen weer terug en de sterkste tot nu toe was wel dat Steve altijd al zo veel om haar gegeven heeft. Het deed haar kouder wordende hart van de laatste tijd weer een stukje gloeien.
Steve gaf haar een opbeurend schouderklopje en liep weg. Als klap op de voorpijl draaide hij zich bij de deurpost weer even om en sprak: “Ik ben blij dat je er weer bent. Kijk eens onder in de kledingkast, ik hoop dat je je hierdoor weer helemaal thuis gaat voelen…”