geschreven door:
Daphne1. Daphne in de kantoorflat
Het op één na bovenste van de naamborden op de kantoorflat luidde: 'Willem Paardekoper Produkties'. Ik keek op mijn schakel-horloge. 10.00 uur. Daphne Leeuwenberg, zei ik in de intercom. Ik duwde de glazen deur open, nam de lift naar de vierde verdieping, en kwam in de ontvangstruimte terecht, waar de secretaresses en administratief medewerksters of wat het ook waren mij als altijd wantrouwend aankeken. Ik hing mijn rode leren jack aan de plastic kapstok (Willem was zuinig), zette de attachétas neer, kreeg een glas kaneelthee, en wachtte. Willem was nog in bespreking.
De deur aan het eind van de gang zwiepte open en Willem kwam eraan. Een roodharige walrus, een zwerver in een zakkerige spijkerbroek, totdat je hem beter bestudeerde. Een knots van een horloge (momenteel oranje), voor een ton kronen als hij lachte (wat hij zelden deed). Ik keek hem opgewekt aan, hij zei knorrig "Hai."
"De koers van de call-optie is gedaald," zei Willem tegen zijn gast, een man met een stijf kapsel. "Niet zo vreemd gezien de winstwaarschuwing eerder vandaag. Waarom zou je het recht kopen om die dingen voor 14 euro aan te schaffen, als de koers rond de 11 schommelt en de vooruitzichten niet geweldig zijn?" Ja hoor, zo kenden we hem weer. Willem liet de bezoeker uit, en stevende op een secretaresse af. Boog zich over een papier, streek over zijn bovenlip, liep naar mij toe en stak langs me heenkijkend zijn vlezige hand uit. "Auto goed kwijt gekund?" bromde hij.
Ik sukkelde met de tas achter hem aan. Hij draaide de deur van zijn kantoor op slot, knielde op de grond en keek half scheel naar me op. "Mama, ik ben stout geweest." Slimme Willem. Hij was helemaal nog niet stout geweest, hij was hartstikke droog, maar de lichtblauwe ogen knipperden, dus het was tijd voor zaken doen. "Twee," zei ik, maar ik vond eigenlijk dat het nog een koopje was. Volgens mij bulkte Willem van het geld. "Exclusief. Tien voor ruiken, 25 voor pijpen en echt lief doen nog eens vijftig." Ik wilde er nog meer uitslepen, maar je moest de zaak opbouwen, misschien binnenkort eens 's avonds oppassen.
In Willems spijkerbroek vormde zich een donkere plek.
"Stop," zei ik. "Eerst even die dingen afhandelen, liefje."
En ja hoor, Willem kroop naar de koelkast achter de vergadertafel. Opende de deur, opende het vriesvak, en produceerde uit een oranje plastic bak 3 biljetten van 100 euro. Ik zag dat hij aarzelde, vanwege die minstens 15 te veel, maar geen wisselgeld durfde te vragen. Ik stopte het geld in mijn portemonnee.
Het zeil was nieuw. Het was crèmig, met bobbels. Ik spreidde het zeil uit over de vergadertafel, me wederom afvragend of het gammele geval de loeizware Willem zou houden. Gewicht spreiden, dan kunnen 4 mensen 1 persoon met hun wijsvingers optillen.
Willem knielde nog op de grond, als een hond die op een koekje wacht. Hield met toegeknepen ogen zijn plas in. "Kom liefje," zei ik, "ga maar lekker liggen. Voorzichtig hoor." Willem hees zich op de tafel. Daar lag de reus. Hij voelde met een hand over het zeil.
De spijkerbroek was donker rond het kruis. Ik streek over de natte plek. Willem keek mij lodderig aan. Ik gespte zijn riem los en hij tilde zijn billen op. Ik schoof de broek naar beneden, tot de enkels. De onderbroek was doorweekt. De cowboylaarzen en sokken gingen uit. Gelukkig stonken zijn voeten niet. Ik schoof de spijkerbroek af en gooide hem op de grond. Ook de onderbroek ging uit. Het T-shirt mocht hij aanhouden. Ik pakte uit de tas een washand, de doos met zeep, een handdoek, een luier en een plastic broek. Maar waar was water? Willem had het bezoek ditmaal niet goed voorbereid.
Ik streek Willem over zijn voorhoofd, liep naar de koelkast, pakte een halve-literfles mineraalwater, tilde een plant uit een bak, goot de fles leeg in de bak en begon Willem te wassen met de washand en de zeep. Hij kreunde van genot. Tussen zijn benen waste ik, zijn piemel, en na een duwtje draaide hij zich op zijn buik. Ik trok het horloge met de oranje wijzerplaat van zijn pols en moest me inhouden om het niet in de tas te stoppen. Ik manoeuvreerde met de handdoek, met Willem, hij was nu weer droog, tijd om hem een luier en plastic broek om te doen. Het was 10.30 uur.
Willem wentelde zich op zijn rug, trok zijn voeten op, deed zijn knieën uit elkaar, tilde zijn billen omhoog en zakte weer neer. De enorme luier sloot als een huis om zijn lijf, daarna de plastic broek, zes klikken. Hij kon nu verder plassen. Ik ging voor het raam staan, en keek uit over het winkelcentrum. Blije mensen, die blije dingen kochten. Die hun ding deden, hun weg volgden, net zoals ik. En net zoals Willem.
"Mama," zei Willem. "Schone kleren in bureau. Borstje zuigen."
Ik hielp Willem van de tafel, pakte het zeil, legde het op de grond en ging ernaast zitten, tegen een muur geleund. Willem vleide zich neer op het zeil en legde zijn kop in mijn schoot. Ik schoof de bloes en trui omhoog en bracht een borst naar zijn mond. Willem zoog gulzig aan de tepel. Ik streelde over de papieren rand van de luier, die uitstak boven de plastic broek. Willems hoofd werd zwaar, hij sloot zijn ogen. Willem was gelukkig en had tot 12.00 uur de tijd.
2. Daphne in Rotterdam
Ik ademde de frisse buitenlucht in en huppelde naar de gehuurde auto. Willem was een beste kerel, en de gemakkelijkste dinsdag-klant, maar niet de liefste. Ik wierp de zak in een afvalcontainer, zette de tas op de bijrijdersstoel en startte de motor. Het was nog een hele toer om om 14.00 uur bij Dirk in een flatwijk van Rotterdam te zijn. Dirk zou vanochtend al vroeg zijn opgestaan om de spulletjes klaar te leggen, liep al in een luier rond, verheugde zich intens op de baby-behandeling. Die hij verdiende, omdat hij een echte Adult Baby was. De gescheiden Dirk spaarde om mij te kunnen ontvangen. Hij was 59. Ik zou hem gratis kunnen verwennen, maar eerlijk was eerlijk, het kostte mij ook geld. De 50 euro zouden al klaarliggen op een kastje in de hal, en dat ontroerde me elke keer.
Vlak voordat ik bij Dirks huis kwam, moest ik hem opbellen, zijn buren hielden hem in de gaten. In Dirks flat was het warm, het rook er naar luchtverfrisser, aan de wanden waren ansichtkaarten geprikt, die verwanten van hun vakanties stuurden. Dirk was netjes, over de radio en de cd-speler lagen kleedjes, maar hij schreef ook gedichten en spreuken, zoals 'Een vriend, is iemand die je niet hebt verdiend'.
Geen files, ik arriveerde tijdig in de wijk en parkeerde de wagen bij de supermarkt, waar ik een fruithapje kocht. Ik had altijd zin om dingen voor Dirk te kopen, bij de kassa lagen sleutelhangers met teddyberen, maar ik liep terug en pakte van een rek een paarse diadeem met lichtblauwe bloempjes.
Via een omweg benaderde ik de flat, en in het park belde ik Dirks nummer. Hij nam geagiteerd op: "Mijn buurman kwam net langs, wacht een kwartier." Ik ging op een bank zitten en stak een sigaret op. Best mogelijk dat de buurman had gezien, dat Dirk weer in een luier had gelopen. Anderzijds, Dirk was slim en best in staat de luier vliegensvlug uit te trekken, als er werd aangebeld. Na 15 minuten belde ik weer. "De kust is veilig," zei Dirk opgewekt. Ik trok het rode jack uit, hing het met de zwarte voering naar boven over mijn arm, sloeg de kortste hoek om naar de flat en belde aan. Ook hier zoemde de algemene toegangsdeur open. Ik liep de trap op en sloeg af naar de galerij. De voordeur stond open. In de hal zouden ingelijste prenten met poezen hangen.
Dirk stond glimmend van trots in zijn luier achter de voordeur, een speen in zijn mond. Ik sloeg mijn armen om hem heen en gaf hem een stevige knuffel. Maar Dirk zou Dirk niet zijn, als hij zich niet snel loswurmde, het ging hem niet om het geknuffel, hij wilde laten zien dat hij een Echte Baby was. Hij draafde naar de woonkamer, waar op tafel al een bord en een lepel waren klaargelegd. Op het aanrecht in de keuken stonden een plastic bak met kant-en-klare stamppot en een halve-literpak vanillevla. De magnetron stond open.
Niets was aan het toeval overgelaten, Dirk leek misschien onderdanig, maar dit was zijn middag, nu was hij de baas. Hij ging op een eetkamerstoel zitten, liet zijn armen slap hangen, gooide zijn hoofd achterover en zei: "Slab." Even wachten, Dirk, zei ik, mag ik misschien deze jas ophangen? "Nee!" riep Dirk, "Jij moet mij een slab omdoen!" Dirk, zei ik, je bent verschrikkelijk vervelend, ik ben helemaal uit Amsterdam gekomen, is dit een ontvangst? Het lijkt mij het beste als jij even in de hoek gaat staan." Ik pakte Dirk bij een oor en sleepte hem al tegenstribbelend naar een hoek. Nou even rustig, stoute jongen, zei ik. Ik gaf hem een klapje op zijn plastic broek, trok de speen uit zijn mond en legde die op het aanrecht. Zo, nu kon ik het jack ophangen, de attachétas openmaken, Dirks jurk over een stoelleuning uitspreiden, het fruithapje neerzetten en de stamppot in de magnetron zetten.
Ik inspecteerde de douche-ruimte en liep naar de slaapkamer, waar Dirk de lichtgele katoenen sprei al had weggeslagen en het voorleesboek had neergelegd. Het verhaal was ditmaal 'Doornroosje'. Hoe het precies ging, wist ik niet meer, maar Dirk herkende zichzelf kennelijk in de prinses die was geprikt en in slaap was gevallen, en moest worden wakker gekust.
Ik liep terug naar de woonkamer. Dirk stond middenin de kamer en probeerde zich in de roze jurk te wurmen. Ik hielp hem de uit Amerika afkomstige jurk aan te trekken. Dirk zag er belachelijk uit, zou een buitenstaander vinden, maar dat was niet zo: zijn ogen straalden, hij was blij. Ik pakte de blonde pruik uit de tas en begeleidde Dirk naar de badkamer, waar we hem samen over zijn hoofd trokken. Ik pakte de diadeem en zette die op Dirks haar. Dirk keek me in de spiegel aan, zijn bruine ogen glansden. Hij liep terug naar de woonkamer, ging op de stoel zitten, plaatste zijn handen naast het bord en wachtte totdat hij de slab zou omkrijgen en zou worden gevoerd. Dirk zuchtte, nu was hij zichzelf, hij was een prachtige, mooie lieve baby-prinses.
3. Daphne langs de snelweg
Nu de rij toch stilstond, pakte ik de mobiel om Koos te zeggen dat ik het waarschijnlijk net zou redden tot ons favoriete wegrestaurant. Het was bijna 18.00 uur. Kantje boord. "Doe maar rustig aan meissie, ik wacht wel," zei Koos.
We hadden elkaar ontmoet in de dames-wc van ditzelfde wegrestaurant bij Leiden, waar Koos een zeepdispenser verving. Koos had gegrapt dat hij mijn handen wel wilde wassen. Zijn blauwe ogen keken zo vrolijk en zijn witte tanden schitterden zo fraai, dat ik in de lach was geschoten. Koos had inderdaad uit een plastic container zeep op mijn handen geknepen en de kraan opengedraaid. Daarna had hij gevraagd of hij met deze mooie meid een kop koffie mocht drinken. En ja, wie zegt er nee tegen zo'n knappe jongen van een jaar of 29 met een ringbaardje. Koos sjeesde met een bestelwagen door Zuid-Holland en Utrecht onder keiharde hard-rock-muziek. Hij repareerde en verving handendroogsystemen, zeepautomaten, toiletrolautomaten, luchtverfrissers en schoonloopmatten.
De luier plakte heerlijk, de plastic broek zat prima. Met de zwarte lange broek erover zag je er bijna niets van. Toch trok ik een streepje papier boven de broeksband uit. Wat was dit een fijn baantje, en wat hoefde je er soms weinig voor te doen. Waarom deed niet iedereen dit, dacht ik. Eindelijk zette de file zich in beweging.
Koos had gezellig gebabbeld en nog meer koffie en vlaai gehaald. Ik verzon dat ik sociaal werkster was en cliënten bezocht. Koos vroeg of het gezonde of zieke mensen waren en ik zei: helemaal gezond, maar soms een beetje apart. Koos was stilgevallen en had zijn ogen neergeslagen. "Ik ben ook een beetje apart," zei hij. Het leek mij een versiertruc, maar zeker wist ik dat niet. Meteen lachte Koos weer. Hij bracht het gesprek op enigszins aan zijn bedrijf verwante bedrijven met incontinentieprodukten. Of ik daarmee wel eens te maken had. Nu was het mijn beurt om rood te worden. Was die Koos helderziend of zo?
Al snel belde Koos regelmatig als hij op de weg zat. De vriendin met wie hij samenwoonde scheen nogal een saaie Piet te zijn. Spannend was hun seksleven in elk geval niet. Zo ontdekte Koos wat ik op dinsdag uitspookte en ontdekte ik wat Koos zijn 'probleem' was. Koos was een plasticbroekjesliefhebber. Het idee dat Koos nu, met onder zijn werkkleding een lavendelblauw broekje, aan een houten tafel in het restaurant koffie zat te drinken, vond ik alweer zo lief dat ik spontaan in mijn luier pieste. Koos zou intussen aan twee kanten uit de vensters kijken. Aan de voorzijde keek hij uit naar mijn auto, via de zijramen hield hij in de smiezen hoeveel beweging er zat in de bosrand achter het benzinestation.
Koos betaalde nooit in geld. Hij en zijn vriendin verdienden samen behoorlijk, maar geld paste niet bij onze vriendschap. Zijn vader had een groentezaak en Koos verraste mij altijd met dozen fruit.
Bij het sigaretten- en snoepverkooppunt keek ik een krant in. Ik had Koos zijn blonde hoofd in de verte al ontwaard, maar wist dat Koos het spannend vond, als ik geluierd tussen de menigte liep. Het jack had ik in de auto achtergelaten, de attachétas meegenomen. Ik ging pontificaal op een weegschaal staan, die je ideale gewicht kon uitrekenen, en besloot de zaak nog spannender te maken door in de rij aan te sluiten voor een kop thee. Het zou toch moeten opvallen, dacht ik, een slanke vrouw met zo'n enorme kont en een streep papier boven haar broek. Een man greep langs me heen naar een puddingbroodje, een inhaler botste met een blad rinkelende flesjes fris tegen me op, maar niemand leek iets in de gaten te hebben. Behalve misschien de caissière, een kastanjebruin geverfde vrouw, wier ogen altijd vuil keken als ik afrekende.
Met het dienblad liep ik naar Koos, die mij met zijn grote blauwe ogen verliefd aankeek. Koos stond logischerwijs niet op, maar haalde wel zijn rechterhand onder de tafel vandaan. "Hoi Koos," zei ik. Ik boog me voorover en gaf een zoen op zijn prikwang. Koos streek teder over mijn lange broek. "Mmmmmm," zei hij, "wat zie je er weer prachtig uit."
Zwijgend zaten Koos en ik tegenover elkaar. Het geroezemoes om ons heen, hoorden we niet. We keken elkaar alleen nog verliefd aan. Nadat er minuten, misschien wel tien, waren verstreken, gebaarde Koos met zijn hoofd. "Kom," zei hij. Koos pakte de tas over, hield hem met twee handen voor zich en we liepen naar de uitgang. We sloegen de hoek van het gebouw om en stapten achter het benzinestation over een vangrail heen. In het bos was de grond bezaaid met half vergane stukken wc-papier en andere smerige dingen. We kwamen op het veldje uit. Daar waren homo's bezig. We liepen verder, langs een weiland, totdat we het stuk bos bereikten, dat de gemiddelde snelwegtoerist te ver vond.
"Tegen die boom," zei Koos schor. "Broek uit." Dat was met laarzen lastig. Koos zette de tas neer. Met één hand op Koos' schouder leunend, trok ik de laarzen en de pantalon uit, en deed ik de laarzen weer aan. Zodat ik nu was gekleed in een bloemetjesbloes, een blauwe trui, een luier met plastic broek en lange zwarte laarzen. Het enige wat ik voorlopig hoefde te doen, was elegant tegen de boom aanleunen.
Koos liep naar een boom op een meter of 5 afstand. Hij trok de rits nog verder open en begon over het lavendelblauwe plastic te aaien. Aanvankelijk was ik draaierig geworden van zijn activiteiten. Het had iets van in het venster van een klotsende wasmachine kijken. Nu kostte me dat weinig moeite meer. Ik keek zogenaamd langs Koos heen, maar genoot van zijn ernstige gezicht. Koos aaide en kneedde en liet zijn ogen over mijn laarzen glijden, over mijn blote bovenbenen, over de witte broek en zo heen en weer.
"Bukken," fluisterde hij. Ik draaide me om en bukte, zodat Koos optimaal zicht had op mijn achterwerk. Ik hoorde hem aan komen lopen. Koos pakte mij bij de heupen en wreef stevig tegen de zachte broek. Koos trok me aan mijn borsten voorzichtig weer rechtop en zette me tegen de ruwe boombast. Daarna draaide hij me weer om. Koos liet zijn rechterhand in de luier glijden. Hij rook aan de hand, fluisterde "Heerlijk", streek de vochtige hand over mijn gezicht en daarna over zijn eigen gezicht.
Koos wandelde terug naar zijn boom en vervolgde zijn handelingen. Ik zette het rechter gelaarste been nog eens elegant voor het linker, tuurde in de verte, streek met mijn hand over mijn plastic broek en voelde me ontzettend mooi. Koos' gezicht vertrok. Zijn lichaam verkrampte, zijn ogen draaiden weg, hij boog al wrijvend voorover en achterover.
Koos hielp me om me weer in de zwarte broek te hijsen, nam de tas, pakte mijn hand en gidste me terug naar het benzinestation. Hij spoedde zich naar binnen, kwam terug met een roestige sleutel en verschafte zich aan de achterzijde toegang tot het damestoilet. Ik opende de attachétas en pakte een plastic zakje. Koos trok het kletsnatte lavendelkleurige plastic broekje uit en stopte het in de zak. Ik borg het pakketje op in de tas. We fristen ons op. Veel had ik niet op met zijn geliefde kledingstuk. Maar maakte niet uit. De gang van zaken was, dat ik het zachte gevalletje thuis uitspoelde, erover aaide en het dan in een bobbeltjesenvelop opstuurde naar zijn werk.
4. Daphne aan de grachtengordel
Handig was, dat ik bij Daniel Lizard te laat kon komen. Daarvan maakte ik dankbaar misbruik. Ik reed naar mijn rijtjeshuis in Osdorp en torste de bananendozen naar de keuken. Koos had veel meegegeven, perssinaasappels, groene bakjes met rood fruit, druiven en ook flessen wijn, broccoli en potten met peren en perziken. Koos had bovendien de tank volgegooid. Deze cadeaus van mijn goede vriend waren een frisse nieuwe start, omdat de laatste klant een smeerpoets was. Ik trok in de badkamer de natte luier uit, douchte, fatsoeneerde mijn bruine haar, reed de auto naar het verhuurbedrijf, betaalde met behulp van een honderdje van Willem en stond rond 22.00 uur bij de tramhalte, op weg naar de grachtengordel. Het was bij Daniel even doorzetten en je neus dichtknijpen, maar kom op, grappig was hij wel.
Bruine krullen, bruine ogen waarin groene spatjes fonkelden, lange wimpers en hij kon charmant giebelen. Daniel had een meisjesachtig voorkomen. Maar meestal was hij serieus. Te serieus. Daniel was eind dertig en internationaal bankdirecteur. Geboren in Holland, zoals hij met Engelse 'r' zei, meegenomen naar Australië, Rhodesië, ondergebracht op kostscholen en opgeleid aan universiteiten in Amerika. Zijn echtgenote, een ex-stewardess, woonde met de kinderen in Zwitserland en als Daniel alleen thuis was poepte hij uitzinnig in zijn broek.
Het koperen naambord van het appartement vermeldde 'Development Bank USP'. Ik keek op mijn schakelhorloge, het was 22.45 uur, ruim een uur te laat. Door de intercom hoorde ik Daniels stem: "Yes?" De hagedis?, vroeg ik. Het was gemeen, maar Daniel was vroeger gepest met zijn achternaam. De zoemer klonk, ik duwde de gebeeldhouwde voordeur open en stapte via de met Art Deco-tegelwerk uitgevoerde entree de lift met koperen hekwerk in. De roomwitte voordeur stond open. In de hal ontwaarde ik een nieuwe antiquiteit, een majestueuze klok die de tijd van tien over tien aangaf. Ook de gecapitonneerde deur naar de salon stond open.
Daniel zat achter de vleugel. Met zijn krijtstreep jasje, lichtblauwe overhemd met witte boord, dubbele manchetten, kniekousen en smalle zwarte schoenen zag hij er piekfijn uit. Behalve die korte broek. Daniel speelde een stuk van Bach. In de hoek van de kamer stond het plastic potje op het zalmkleurige tapijt. Daarin zou zeker een drol drijven, en dan had Daniel recht op een beloning, maar het was de vraag of hij zo netjes bleef. Waarschijnlijk zou Daniel zijn straf niet ontlopen.
Daniel beëindigde het pianospel, stond op, maakte een buiging, nam het jack aan en gebaarde naar de bruin lederen zithoek. Op de salontafel stonden hoge glazen, een koeler met een fles champagne en een vaas met narcissen. Daarnaast lagen een bordspel en een envelop waarin 800 euro zou zitten en zeker ook een verrassing, zoals kaartjes voor een popconcert. Ik opende de attaché-tas, pakte het rotan rietje, legde het naast me en zette de tas naast de bank. Daniel had het jack weggebracht, schonk de glazen vol. We proostten. Daniel verdween weer en kwam terug met een dienblad met een schaal mini-saucijzenbroodjes, kleine porseleinen borden en linnen servetten. Hij spreidde zo'n doek uit over mijn schoot en hing zijn exemplaar met een zilverkleurig kettinkje met krokodillenklemmetjes om zijn nek. Daniel legde het bordspel uit. Ik moest altijd stiekem lachen bij de overeenkomst met de heer op het deksel, die getergd naar zijn haren grijpt.
We gooiden met de dobbelstenen, verschoven de poppetjes vanuit de startcirkels over het veld. Om niet onbeleefd te zijn, keek ik niet op mijn horloge, maar wierp ik soms een blik op de zonvormige klok op de marmeren schouw. Het was bijna 24.00 uur en nog steeds doodstil.
Eindelijk, daar klonk de verlossende scheet. "Good heavens!" mompelde Daniel. Hij boog voorover en tuurde naar het spel. Maar ik wist waarmee Daniel bezig was. Daniel perste. Zijn hoofd liep rood aan. Zijn grootste plezier moest nog komen: het pletten van de drol. Daniel liet de dobbelsteen rollen en verplaatste een pion. Hij ging weer zitten, verschoof over het gladde rundleer en zei: "Pfffffff." Hij hield mij de schaal met koud geworden snacks voor, maar zijn wimpers trilden. Ik sloeg het aanbod af, nam een slok champagne, en stuurde de rode pion terug met een gele pion. Daniel, zei ik opeens, ik geloof dat ik iets ruik. Daniels ogen schoten heen en weer. Hij zei: "Oh yes, miss, do you think so?" Ja Daniel, fleemde ik, ik denk dat jij iets vies hebt gedaan. Daniel bloosde.
Ik pakte het rietje en stond op. Naar de badkamer, little lizard, lispelde ik. Daniel stond ook op, en keek beschaamd naar de grond. Ik hief het rietje en kletste met de punt op zijn bovenbeen. Dat was genoeg aanmoediging voor Daniel om naar de badkamer te hollen. Ik liep naar de pot. In een plas urine dreef een half opgelost drolletje. Daaraan kon Daniel nog plezier beleven. Ik droeg het potje naar de badkamer.
De sanitaire zaal was ingericht in de stijl van de Holland-Amerika Lijn met een bad op leeuwenpoten en kranen met porseleinen inleg, waar in rode en blauwe lettertjes 'H' en 'C' op stond. Daniel keek me met zijn gespikkelde ogen brutaal aan en wreef met een hand over de achterkant van de korte krijtstreep broek. Ik kreeg even een hekel aan de stoute bankdirecteur en verheugde me op het effect van de klemmetjes aan de ketting van het servet. Ik zette de pot op de houten wc-deksel. Ik hief het rietje op en keerde me om, om Daniel nog een tik te geven. Maar Daniel stond er gewoontegetrouw niet meer. Daniel was weggeslopen, had vliegensvlug zijn schoenen uitgetrokken en was op kousenvoeten de trap opgesniekt. Maar ik kende Daniels verstopplekken en zijn gegiebel zou verraderlijk zijn. Ik snapte ook welke nieuwe finale schuilplaats de slimmerik had uitgedacht. Gelukkig had ik nog een boel energie. Aan het gebonk te horen stond Daniel met een kussen in de aanslag te springen op een bed.
5. Daniel is moe
Daniel zat in de pyjama met paisley-motiefjes tegen de kussens geleund een vergeeld kindertijdschrift te lezen. De bruine krullen waren nat gekamd, hij geurde naar seringenzeep. Bij de avonturen van een pechvogel schaterde de bankdirecteur het uit. Hij hield mij een plaatje voor van de oom van de eend, die in een met munten gevulde zwembad springt. Ik had de tekening al vele malen gezien, maar zei opnieuw dat ik het 'very

' vond. Daniel vond de strijd tussen de wolf en de drie biggetjes wederom zo spannend, dat hij met zijn tanden op zijn onderlip beet. Ik moest op een kruk naast Daniel blijven zitten, totdat hij zijn armen om een kussen sloeg, ten teken dat ik kon vertrekken. Wel moest de kabouterlamp in het stopcontact blijven.
Ik tolde om van de slaap. Het was half zeven 's ochtends. In de tuin van het grachtenpand floten de vogels ergerlijk. Daniel was grappig geweest, maar verschrikkelijk lastig. Eerst had hij zijn juf hem het hele appartement door met het rietje laten achtervolgen, giebelend en gierend van de lach. Daniel wees al rennend en dravend op zijn poepbroek of klopte er uitdagend op. Verstopte zich onder een bed, achter de pakken in de klerenkast, draaide zich vast in een gordijn in de salon en kroop uiteindelijk in de kolossale antieke klok in de hal. Wel had het geitje, uit angst om niet te worden ontdekt, de deur op een kier gelaten.
Vervolgens liet Daniel zich zijn jasje, overhemd, kousen, korte broek en onderbroek uittrekken. Het servet en het kettinkje was hij onderweg verloren. Ik had geen fut gehad ernaar te zoeken. Streng toonde ik Daniel in de spiegel de vlindervormige poepplek. Daniel keek gefascineerd naar het resultaat van zijn actie. Hij bloosde, alsof hij het toch raar vond, hoe hij bezig was. Maar stiekem genoten we allebei van de schattige aanblik. Met wc-papier tilde ik de drol op, die tussen Daniels billen zat. Ik droeg het pakketje voorzichtig naar de wc en trok door.
Voor straf hield ik Daniel de pot met het drolletje voor. Die pot moest de appartementenbewoner zelf schoonmaken. Met opgetrokken neus wierp Daniel zijn uitwerpsel en urine in de wc en spoelde hij het potje schoon in een wastafel. Ik gooide het ondergoed, de korte broek en het overhemd in de wasmand en legde de overige kledingstukken erop. De verdere afhandeling van deze kwestie mocht Daniel zelf verrichten.
Het was tijd om de stouterik in de badkuip te zetten. Daniel mocht zelf zijn billen schoonwrijven, terwijl ik de douchekop hanteerde. De bruine spetters die tegen de badrand en de betegelde wanden vlogen, veegde ik met een washand weg. Vervolgens maakte ik met de washand en seringenzeep Daniels billetjes verder schoon. Daniel had het ooit gepresteerd om daarna opnieuw te poepen, maar had ditmaal geen aandrang meer. Het was nu tijd om hem met een handdoek af te drogen, zijn nageltjes te borstelen, hem zijn tandjes te laten poetsen, de natte krullen met haarlotion te besprenkelen en te kammen, hem de pyjamajas aan te doen, een schone onderbroek, en hem in zijn pyjamabroek te laten stappen. Daarna liep Daniel blootsvoets de trap op naar boven, waar hij in bed ging zitten en zonder blikken of blozen het tijdschrift van het nachtkastje greep.
Ook Daniels ogen vielen nu bijna dicht. Hij reikte mij het vrolijke weekblad aan en trok met twee handen mijn hoofd naar zich toe. "Thank you," fluisterde hij in mijn oor. "I'm happy now." Daniel pakte een kussen, omknelde het en stak zijn duim in zijn mond. Ik aaide Daniel over zijn krullen en zei: "Thank you too. Slaap lekker, kleine kabouter." Ik liep naar beneden, pakte het rietje, mijn tas en jas, de envelop met 800 euro en verliet het appartement. In de envelop waren kaartjes bijgesloten voor een bokswedstrijd in Londen. Nou ja, dat was typisch Daniel weer.
6. Daniel is verdrietig
'Blue, blue windows behind the stars'. Het melancholieke lied vermocht Daniel ditmaal niet te bekoren en hij zag er evenmin de humor van in. Ik zette de muziek uit en ging tegenover de gastheer in een fauteuil zitten.
Daniel had 's ochtends vroeg opeens gebeld, of ik hem wilde bezoeken in het grachtenappartement in Amsterdam. Van de ondeugend bekniekouste Bach-pianist was weinig over. Door de kieren van de roomkleurige voordeur kroop een penetrante geur naar buiten. Daniel zat in de paisley-pyjama snikkend op de bank, de handen in het gekrulde haar. Op het tapijt stond een volgepiest potje plus een emmer en lagen lekkende bierflessen, met mayonaise besmeurde patatbakken, vieze onderbroeken, wc-papier en verfrommelde exemplaren van internationale financiële dagbladen.
Daniel huilde en snikte. Dat hij vast helemaal gek was, dat hij zijn kinderen in Zwitserland verkeerd opvoedde, aangezien hij nooit thuis was, dat hij vaak humeurig was tegen zijn vrouw, die ongetwijfeld een verhouding was begonnen met de skileraar, dat hij alleen maar uitblonk in rekenen en geld verdienen, dat hij in plaats van piano eigenlijk gitaar had willen spelen, dat hij wel eens als een echte vent naar een echte publieke dame wilde, maar de aandrang miste, enzovoorts enzovoorts enzovoorts. "Waarom ben ik zo?" vroeg hij wanhopig.
Ik wist niet goed wat te zeggen tegen de gevoelige bankdirecteur. Zeker, het leek vreemd om als een peuter in je broek te poepen en verschoond te willen worden. Anderzijds, wat had de buitenwereld ermee te maken, Daniel was hier op eigen terrein. Dit gezichtspunt was, aan de rotzooi in de salon af te meten, niet origineel. Ik zei dat er meer mensen waren met kinderachtige fantasieën en gewoontes, en dat die net zo aardig waren als 'gewone' mensen. Misschien nog wel aardiger, legde ik er een schepje bovenop. Maar soms een tikje egocentrisch, voegde ik er gemeen aan toe. Daniel leek niet geïnteresseerd, hij zwolg net zo lekker in zijn verdriet, maar zei voor de beleefdheid: "Oh yes?"
Yes, zei ik, Daniel dacht toch niet dat hij zóóó uniek was. Nu, dat dacht Daniel toevallig wel. Hij was nog nooit volwassen mannen tegengekomen die voor hun plezier in hun broek kakten. Nee ha ha, lachte ik, dat vertellen mensen niet. Maar echt, er zijn mensen met even rare of nog raardere gewoontes. "Wat dan?", vroeg Daniel, toch nieuwsgierig. Er bestaan ook mannen en vrouwen die in een luier plassen, onthulde ik. En aardige mannen die poep willen opeten. Daniel keek geschokt. "Eat it? Really?", zei hij en hij trok zijn neus op. Really zei ik. Je hebt altijd baas boven baas. Of ik wel eens poep-etende mannen had ontmoet. Nee, dat niet zei ik, dat is meer iets in de richting van s.m. Maar denk ook eens aan de gemene mensen, daarbij hoor jij niet. Mensen die verkrachten, moorden, stelen, liegen, bedriegen.
Dit was de trigger voor een nieuwe snikpartij. "In mijn werk ben ik ook niet altijd even netjes," hikte Daniel. "Onze bank doet soms hele gemene dingen." Doe even normaal, Daniel, zei ik, daarover hebben we het niet. Dan zoek je een andere job. Dat is overigens een stuk gemakkelijker, dan een ander fantasieleven en een andere privéhobby te creëren. Je doet dit al je hele leven, je bent een beetje infantiel, juist leuk. Ongetwijfeld sta je dichter bij je gevoelsleven dan vele anderen, maakte ik er iets benijdenswaardigs van. Wie heeft er last van dat jij stiekem poept? "Ik," piepte Daniel. Of wil je naar een psychiater? "Noooo," gilde Daniel, "dan mag het vast niet meer."
Geen idee, zei ik, maar: zie je wel? Je vindt het niet zo erg. Misschien ben je overwerkt? Ga eens de frisse lucht in, speel minder kluizenaar. Ik werd bijna misselijk van mijn sociale gedoe. Wat had ik te maken met Daniel en zijn kinderen en zijn vrouw. Bel je vrouw vanavond anders gezellig op, kwam ik op een idee, hoe lang heb je dat niet gedaan? "Een week," bekende Daniel beschaamd. En, vervolgde ik, zou je thuis niet eens een tipje van de sluier oplichten? "Cindy heeft het misschien al in de gaten," fluisterde Daniel. En?, vroeg ik nieuwsgierig. "Ze bekeek, toen ze onlangs onverwachts in Amsterdam was, de inhoud van de wasmand en zei nadrukkelijk dat ze van me houdt, met alles erop en eraan." Ik fleurde op. Heeft je vrouw ook niet iets geks misschien, vroeg ik enthousiast. Daniel fronste. "Ze speelt nog met poppen," antwoordde hij. "Dat vond ik juist zo leuk aan haar."
Dat biedt perspectieven, little lizard, lachte ik. Dat vond het financiële genie zelf ook. Hij giebelde opeens aanstekelijk. "Ik denk erover na, of ik het vertel," zei hij dankbaar en hij sloeg zijn betraande ogen op. Hij wreef met zijn knuistjes door de gespikkelde kijkers en veegde zijn gezicht droog met een punt van de pyjamajas.
Daniel keek op zijn gouden polshorloge. "Het is tien voor tien," schrok hij. "Ik heb straks een afspraak, als ik me niet vergis." Goed zo, Daniel, zei ik, en ik pakte het rode jack. Op de gracht scheen de zon irritant fel.
7. Triomftocht
De ober schonk wijn bij, zette een kaars recht en gleed naar een volgende tafel. Robert pakte met trillende linkerhand het glas witte wijn bij de kelk. Ik pakte het glas bij de steel en hielp hem. Op de vork prikte ik drie haricots verts en een stukje aardappel. Robert opende zijn mond. Op de oranje-groen gestreepte das zat een bouillonvlek.
Een blonde vrouw in een roze colbert wendde het hoofd af. Ik had de zaal ingekeken, onze blikken vroren zich aan elkaar vast. "Hij zit nu bij haar," zei ze luid tegen haar partner. "Tja, moeten ze zelf weten. Maar in Brasschaat, hallo." Ze haperde. "Het doet pijn. Anderzijds... het leven gaat door. Was je nog bij de raad van commissarissen?" De man lachte: "Zal ik jou eens nieuwsgierig maken."
Ik had de gasten zien denken: zijn die twee nou gek, zielig of prachtig? Robert trok een wenkbrauw op en knipoogde. "Ik loop bijna over," fluisterde hij. "Wil je m'n das controleren?"
Ik pakte mijn servet, gooide er water uit de karaf over, wreef de vlek weg en wipte een kruimel uit Roberts korte grijze baard. Wat zag die vent er goed uit. Robert mocht dan begin zestig zijn, die smalle, levendige ogen, dat lachje, dat bruingroene driedelige Italiaanse pak. Logisch dat alle studenten bij hem college wilden lopen. Hij was normaliter koel, maar hij was lief nu, hij gaf mij zijn vertrouwen. "Ready to go?" vroeg ik. "Yep," zei hij.
Ik stond op, pakte Roberts servet, legde het op tafel en draaide de handrolstoel richting looppad.
Het was een hele operatie geweest om de hoogleraar de eetgelegenheid in te krijgen. Ik was met de huurauto naar een parkeerplaats aan de rand van het Limburgse dorp gereden. In het weiland stond een pony naar de groene Scandinavische stationwagen te staren. Ik had de rolstoel uit de achterbak getild en uitgeklapt. Robert was het hulpmiddel ingestapt. Vanuit het raam van een huisje flikkerde televisielicht. We hoopten dat er geen inboorling zat te loeren. Het was zwaar duwen door de hobbelige straten, voordat we de met antieke lantaarnpalen beschenen cour opreden, waar nog ganzen snaterden.
Het personeel was vast verbaasd dat Robert niet op de binnenplaats was uitgeladen. En zich niet zelfstandig voortbewoog met een elektrische rolstoel. Gelukkig was Robert zo arrogant dat mensen hem geen vragen durfden te stellen. "Mapelstad," zei Robert tegen de man die naar ons was toegesneld, de rolstoel met prof.dr. R.J.J. Mapelstad erin had helpen tillen, de jassen had aangepakt en ons naar de tafel had geleid, waar kaarslicht kunstig gevouwen servetten en rijtjes zilveren bestek bescheen.
Robert hief het hoofd op en richtte zijn ogen op oneindig. Zijn linkerarm lag op de armsteun. De rechterhand lag in zijn schoot, met gespitste vingers. Robert had lef, voor hetzelfde geld zaten er hier collega's, cliënten, studenten, vrienden, kennissen of hotemetoten die hem kenden, al waren de universiteit en zijn woonplaats dan een eind verwijderd van deze hoeve. Langzaam duwde ik Robert langs de tafels. De broek ging bij de bovenbenen vlekken vertonen. Een man met een stijf kapsel kwam me bekend voor. De man zat met een metgezel boven een visschotel over de zwakkeren in de samenleving te praten. Tussen hen in lag een zwarte cassette.
Robert kuchte: "Krm." Ik bracht de rolstoel tot stilstand. Het werd verdacht rustig. De gasten bogen zich over hun borden. Robert keek achterom naar mij op. "Liefde in tijden van cholera," zei hij. Uit het net aan de leuning pakte ik de blauwbruin geruite deken. Ik legde de deken over Roberts middel en knieën. Ik hoorde Robert inwendig zuchten. Of er een last van hem afviel, of alle lastige mensen ter wereld nu unaniem in een ravijn stortten.
De blonde vrouw kon haar blik niet meer van het plaatje losrukken. Logisch. Mijn zijden jurk, met de vreemde rondingen, was ook niet te versmaden. We reden langzaam naar de lounge, zodat Robert een zo breed mogelijk publiek kon genereren.
Eenmaal in het invalidentoilet lachte Robert. "Gaat goed hè," zei hij. We keken elkaar aan. "Wil je het doen?" Ik knielde, sloeg de deken weg, trok Roberts broek naar beneden en streelde over de zwarte pvc-slip. Daarna klikte ik de drukkers los en trok ik de luier open. Ik legde mijn hand om Roberts stijve pik. "O, heerlijk," zei Robert. Ik maakte mijn middelvinger nat en aaide over de eikel. Daarna likte ik zacht in de rondte. Zijn lid werd keistijf en begon te lekken. "Ik kom al bijna," zei Robert.
Ik trok de zijden jurk op, liet een hand in mijn luier glijden, en streek over Roberts lippen. Ik sloot mijn mond om zijn eikel. Gemeen duwde ik de rolstoel een eindje van me af. Daarna trok ik de stoel weer naar me toe en sloot ik mijn mond weer om zijn penis. Dit spelletje herhaalde ik een paar keer. "Ooooh," zei Robert. Hij spoot in scheuten zijn zaad uit.
Ik stond op, duwde met een pols de hendel van de kraan open en liet het zaad in de wastafel lopen. Friste me op en pakte het hulppakket uit het net. Ik verschoonde Robert. De reservebroek paste nauwelijks. Dat was precies de bedoeling. De luier verdween in de afvalemmer, de geruite deken en het pakje met nat goed in het net.
Veilig ingepakt legde Robert zijn linkerarm op de armsteun, de rechterhand in zijn schoot en verheugde hij zich op zijn triomfantelijke terugkomst. Het was nog maar negen uur, zag ik op de klok boven de receptionist, er waren nog diverse gangen te gaan, met als een van de laatste attracties dat Robert zich liet helpen om een sigaar te roken.
Bij het vertrek overhandigde de ober Robert een visitekaartje. Resi Djerhuty, stond erop. 'Ik wil je graag leren kennen. Je lijkt mij aardig'. Het was van de blonde vrouw, die zo had zitten kijken.
8. Robert gaat in bad
Robert maakte de afspraak altijd op het laatste nippertje. Als psychotherapeut probeerde hij vreemd gedrag bij zijn cliënten op te lossen door het te herleiden tot oedipale driehoeken, remmingen, aandachttrekkerij en neuroses. Of probeerde hij de patiënten zo ver te krijgen dat ze een alternatief wensleven opbouwden. Op andere momenten betoogde Robert dat hij in de traditie stond van grote geesten, zoals D.H. Lawrence, Philip Roth en John Updike. En van Leni Saris, bedacht hij, met een zekere zelfspot. Soms dacht hij dat hij homo was, dan weer vond hij dat onzin. Dus was het afwachten wanneer hij weer in de stemming zou komen. Ditmaal was het heftig. Robert belde op een zaterdagmiddag: "Ik ben hééél ziek," zei hij. "Maar niet schrikken als je komt. De achterdeur staat open."
De boerderette lag in een dorp bij Nijmegen. In de carport stond de groene Scandinavische stationwagen. De achterdeur was van de klink. In de gang stond de rolstoel. De zitting glom. Ik wurmde me erlangs, hing het rode jack aan de kapstok en wierp een blik in de badkamer. Op de vloer lagen natte papieren luiers, in het bad dreef een spons. Uit de slaapkamer klonk het supermelancholieke 'Standing In The Doorway'. Robert lag in bed, het dekbed tot de kin opgetrokken. Op het nachtkastje stond een plastic beker met twee oren, daarnaast een fles whisky. Gelukkig was de fles nog voor zevenachtste vol.
"Kan niks meer," fluisterde Robert. "Maar niet depressief. Wil niks meer kunnen." Ik aaide over zijn voorhoofd. "Is oké," zei ik. De cd-speler stond op een tafel aan het voeteneinde. Ik zette een nummer op met de opwekkende woorden 'She comes out of the sun in a soft dress'. Robert vond het gezellig als ik in zijn huis ging redderen. Dat was niet vervelend en kostte tijd, wat extra geld opleverde. Ik voerde Robert thee met biscuits, dronk een lading appelsap en sinaasappelsap, gooide de luiers weg, legde tijdschriften op stapels, liet de kuip leeglopen, spoelde de rubberen mat schoon, liet het bad weer vollopen, veegde de rolstoel schoon, legde er een handdoek op en reed hem naar Robert.
Robert had stil liggen te genieten. Nu tilde hij met trillende linkerhand het dekbed op. "Kijk," zei hij. Het hoeslaken was doorweekt, evenals de binnenkant van het dekbed. Daar lag ook de kruk, waarmee Robert thuis rondstrompelde. Ik trok Robert zijn kamerjas aan en hielp hem zich op de rolstoel te schuiven. In de badkamer ontdeed ik Robert van de druipende plastic broek en luier. Met behulp van de door hemzelf aangebrachte handgrepen hees Robert zich op het badzitje en manoeuvreerde hij zich in het warme water. Hij legde zijn hoofd tegen het badkussen en vroeg om de whisky.
Het beddengoed verdween in de wasmachine in de keuken. Het dekbed bleef nat. Een schoon hoeslaken hielp de schade te verbergen. Het huis was weer gezellig.
Robert vroeg mij ook in bad te stappen. Ik tilde de rok van mijn jurk op en liet Robert over de plastic broek aaien. Ik trok de broek en luier uit, hevelde het badzitje over naar de vloer en gleed in het water. Richtte me weer op en liet mijn borsten boven Roberts gezicht hangen. Robert likte aan de tepels, kuste. Dat deed hij verrukkelijk.
"Kun je al plassen?" vroeg hij.
Ik ging wijdbeens op de badrand staan, pakte een handgreep en hurkte. Robert keek, sloot zijn ogen, sperde zijn mond open, hapte in de uitwaaierende straal en bewoog zijn gezicht in de rondte. De urine liep over zijn gezicht, in zijn mond, spatte op de grijze baard. Hij slikte gulzig slokken door. In het water verschenen gele wolken.
Ik liet me weer in het water zakken. Boven Roberts benen ontstond een gele explosie. "Dit is het fijnste wat er is," zei Robert. "Waarom denk ik soms dat ik dit nooit meer wil doen."
Robert wreef met zijn vingers door zijn baard, likte de vingers af. "Mmmmmm," zei hij. "Engel." Na een tijd proeven liet hij zich kopje onder glijden, dook weer op en spoelde hij zijn mond met het badwater. Ik pakte de spons, waste Robert en dacht aan Resi Djerhuty. Heb je nog gebeld?, vroeg ik. "Durf niet," zei Robert. "Ze zou vast kwaad zijn. Dit is fijn, gezellig. Ik denk dat ik de hele nacht invalide wil blijven."
9. Daphne gooit Willem eruit
Met Willem Paardekoper had het nooit echt geklikt. Dit werk draaide niet alleen om geld, maar ook om gevoel. De Amstelveense producent was niet eens verbaasd, toen ik na de Diaper-Lover-behandeling in zijn werkkamer aankondigde dat ik hem helaas niet langer kon bezoeken. Het leek of Willem het wel snapte. Hij had zelfs al een andere verzorgster op het oog, mompelde hij. Via een internetsite mailde de roodharige vrijbuiter met een vrouw die in een wegrestaurant bij Leiden werkte. Het was toch niet te geloven. Misschien had ik de caissière wel op een idee gebracht. Nou, ze pasten vast goed bij elkaar en ik wenste het sacherijnige duo veel plezier.
Bij het afscheid leek Willem toch even sentimenteel te worden. Hij greep weer in het vriesvak en haalde er een beslagen etui uit. In de cassette lag een vierkant Frans horloge. Hoe Willem het uurwerk in bezit had gekregen, was raadselachtig, maar dit was niet de situatie voor een gang naar de politie. Ik bedankte Willem hartelijk, maar was toch blij toen ik weer buiten stond.
Met de huurauto reed ik naar Rotterdam, waar mijn nieuwste aanwinst werkte. Martin Timmer droeg ze tijdens het werk. Als hij rondliep in het architectenbureau aan de Maas, was goed te zien dat zijn achterwerk dikker was dan zijn lichaamsbouw rechtvaardigde. De collega's hadden wel in de gaten dat er iets aan de hand was. Onderling hielden ze grafiekjes bij die uitwezen dat zijn wc-bezoek relatief laag was. Maar Martins ernst en gespierde lijf gaven geen aanleiding tot het openlijk maken van grappen. Misschien had Martin wel een ziekte werd er gefluisterd.
Intussen had de bouwkundig ingenieur iets leuks geregeld. Hij had, tikje flauw, wist hij, beredeneerd dat zijn collega's meer voordeel trokken van allerlei regelingen dan hij. Ze namen zwangerschaps-, ouderschaps- of zorgverlof. Om de dag zat in de fitnessruimte een masseuse paraat. Er was in het pand een crèche gehuisvest en er renden kinderen door de gangen. Martin profiteerde nooit van deze verworvenheden. Motorrijden en sporten deed hij elders en in zijn vrije tijd. Kinderen had hij niet, ziek was hij zelden. Intussen aten de mede-senioren uitbundig in restaurants. Martin blonk niet uit in netwerken, moest hij beamen, maar zat wel vaak 's nachts nog achter de computer dingen uit te vinden.
Martin had tegen de oprichter van het bureau gezegd dat hij behoefte had aan iets voor zichzelf. Een extra eigen kamertje waar hij met een vriendin kon lunchen. Welk kamertje wist Martin al. De ruimte mat twee bij drie meter en er stonden slechts een lange tafel, stoelen en lege ordnerkasten. Als je de luxaflex opendraaide, keek je uit op een binnenplaats. De directeur verwonderde zich over het sobere, wat Volkert-achtige verzoek, maar ging akkoord. Hij was vaak bang dat de techneut naar een concurrent zou overstappen. Dus gooide hij er zelfs wat bovenop: een hogere tantième en meer inbreng bij projecten in New York en Düsseldorf. Wat Martin precies wilde, wist de directeur ook niet. Wel zag hij zichzelf als een ruimdenkend mens.
Martin was een prachtvangst bedacht ik, terwijl ik de auto parkeerde. We zouden een knap stelletje vormen. Martin was intelligent, aardig en hield van luiers. Als ik hem verschoonde klikte het kolossaal. We hoefden geen woord te zeggen of we begrepen elkaar. Wat wilde je nog meer. Ik droomde er wel eens van dat Martin mij dezelfde behandeling zou geven als ik hem. Tot nu toe was Martin echter wel heel aardig geweest, maar ook verschrikkelijk zwijgzaam.
Ik haalde het doosje met het horloge uit de attachétas, schoof het onder de autostoel en plaste. Vanuit bijgeloof mocht het verdachte presentje niet meer in aanraking komen met iets wat met Martin te maken had. Met de tas, de zakken met broodjes en de bekers kruidenthee die ik onderweg had gekocht passeerde ik de balie, waar de stalen klok 12.55 uur aangaf en de receptioniste me vrolijk groette. Ze vond het leuk dat Martin een vriendin had en dan nog wel een die in de buurt werkte.
10. Martin kleedt zich uit
Zodra Martin de deur op slot had gedraaid en de spullen in de vensterbank lagen, omhelsde hij me. Minuten stonden we tegen elkaar aan. Het leek of de warmte rechtstreeks van de een naar de ander vloeide en vice versa. Ik trok mijn jack uit. Martin ging op een stoel zitten en gaf de sleutels van de ordnerkasten aan. In de rechterkast stond het waskussen. Ik legde het op de tafel en sloot de deur. Op de planken van de linkerkast lagen stapels luiers en plastic broeken. Onderin stond een afwasteil met water. Ik streelde over de lavendelkleurige banden met lichtblauwe streepjes. De stapel voelde heerlijk zacht aan. Erachter lag een Duitse folder. Ik liet de deur openstaan, zodat mijn cliënt zicht had op de inhoud en plaatste de teil op een stoel.
Martin kleedde zich uit, legde zijn kleding in de vensterbank en ging gestrekt op het waskussen liggen. Ik tilde de plastic broek en luier op en rook aan de kier. De urinelucht die ontsnapte, was verrukkelijk. Ik ging op een stoel zitten. Zwijgend brachten we een kwartier door, slechts minimale handelingen verrichtend.
Aanvankelijk hadden we soms voetstappen gehoord die stopten bij de deur, maar kennelijk waren de collega's uitgeluisterd.
"Kom," zei Martin. Ik ging op hem liggen. Alles aan zijn warme lichaam voelde fantastisch. Ik kreeg het warme thuiskomgevoel van Martin.
Martin keek op zijn platte horloge. Het kostte me moeite me van hem te laten afglijden. Hij trok zijn voeten op en deed zijn knieën uit elkaar. Ik klikte de drukkers open, Martin tilde zijn billen op, ik schoof de plastic broek weg. Scheurde één voor één de plakkers van de luier los, wat nogal lawaai maakte en legde de voorkant open. Martin had goed geplast. Hij keek naar me met zijn bruine ogen, ik keek verlegen terug.
De bijzondere werkdag zat er bijna op. Ik schoof achter het stuur van de huurauto. Martin betaalde behoorlijk, maar de opbrengst was minder dan voorheen. Met Dirk had ik geen contact meer. Hij had op een bingoavond een vrouw uit de flat ontmoet, die hem al een tijd in de gaten hield. Elke avond zaten ze knus televisie te kijken. Dirk in een luier en de jurk, zij met een breiwerk en een puzzelboek. Ik was blij voor Dirk, hij verdiende het. Daniel stuurde vanuit Tokio ansichtkaarten met 'Dear Daphne', dat het goed met hem ging. Robert had zich aangemeld voor een vervolgtherapie voor psychotherapeuten, omdat hij zichzelf toch niet normaal vond. Koos had via een internetsite contact gelegd met een echte plastic-broekjesliefhebster. Spannend.
Ik tastte onder de autostoel naar het doosje met het Franse horloge. Het uurwerk tikte niet. Ik wond het op, maar de secondewijzer passeerde geeneen Romeins cijfertje. Ik vroeg me af of het ding echt was. Dat zou een juwelier moeten uitmaken.
Ik realiseerde me dat ik verliefd was. Of althans, sterke gevoelens had voor Martin Timmer. Ik had geen idee hoe Martin over mij dacht. Misschien zag hij mij gewoon als een hoertje. Hoewel, die omhelzingen en blikken waren niet mis. Het kon ook zijn dat Martin niet snapte hoe bijzonder ik hem vond.
11. Een aardig plaatsje
Alphen aan den Rijn was vast een aardig plaatsje, maar niet voor toevallige bezoekers. Ik moest hier tot half vijf zoekbrengen. De kantoorboekhandel, de babywinkel, de lingeriezaak, de coffeeshop, ik kende ze al van buiten. Rond half vijf zou Sander bij de cd's in het warenhuis staan en de P doorbladeren. En daar stond-ie. Een blonde jongen in een blauw jack met een rugzak vol boeken, die met een telefoonnummer op zijn hand de bakken doorbladerde. Deze jongen doorzocht inderdaad de P, ik ging naast hem staan en keek de U door.
Sander keek op en lachte. Hij had een smal gezicht met kniknaknetterblauwe ogen, precies als op de foto. "Hoi," zei hij, "ik ben het." Sander leek verlegen, maar wist precies wat hij wilde. Van de zomer met zijn vriendin Myrthe op vakantie, daarna in Utrecht studeren en soms luiers dragen. We deden het spelletje dat we hadden afgesproken: 'Jonge jongen achtervolgt oudere vrouw'. Ik liep het warenhuis uit, de brug over, terwijl Sander achter mij aanslenterde. Zelf kocht hij luiers voor grote kinderen. "Zeker niet ideaal, maar ach, ze passen nog net en het is beter dan niets," had hij geschreven. Maar natuurlijk wilde hij ook dolgraag grotemensenluiers dragen, alleen: het bestellen was lastig, aangezien hij nog thuis woonde. Sander was een geweldige kerel, hij was de jongste luierdrager die ik kende, maar de meest nuchtere. Hij was beslist nog niet van plan zijn vriendin over de luiers te vertellen. Het was voor hem iets extra's, maar wel iets wat steevast opdook.
Bij de grote weg haalde Sander mij in. We draaiden de rollen om en ik slenterde achter hem aan. Sander nam plaats in een bushokje en opende zijn rugzak. Ik schoof hem een pakket toe. Zodra het pakket in de rugzak was verdwenen, wriemelde Sander net zo lang totdat hij de zachte banden voelde. "Ja, dat zijn de goeie... Snel weer dicht, anders word ik gek!" lachte hij. "Ik ben er heel, heel blij mee," zei hij zachtjes. "Zullen we de volgende keer op Schiphol afspreken? Kunnen we wat kletsen." We wachtten samen op de bus. Sander ging bij een schoolvriend een presentatie voorbereiden. Hij stapte in de bus en wuifde uit het raampje.
12. Michael is brutaal
De klas was eindelijk rustig. De klier Joachim zat in de vensterbank en bestudeerde zijn nagels. Melissa bekeek met een spiegeltje de spleten tussen haar tanden. Colombine zat aan haar vlechten te draaien en las in het biologieboek. Maar de rest lette op. We gaan weer het voltooid deelwoord oefenen, zei ik. Moeilijk, maar nuttig. Colombine. Het meisje stopte met tegenzin het boek in haar tas. Melissa. Melissa legde de spiegel neer. Joachim. De klier liet zich op zijn stoel zakken.
Jullie moeten fatsoenlijke teksten kunnen schrijven, zei ik. Het zogenaamde 't kofschip is het ezelsbruggetje voor de vervoeging van zwakke werkwoorden. "Pffff, zwak hoor," mompelde Momo met de fluwelen ogen, die zich meestal nogal ezelachtig gedroeg, maar eigenlijk heel slim was. Stemloos zijn: t, k, f, s, ch, p. De stemloze medeklinkers krijgen een t, de andere een d, doceerde ik, terwijl ik in mijn luier pieste. De VWO-leerlingen hadden toch niks door, ze dachten dat hun docent een dikke kont had en vonden haar verder best tof, streng maar rechtvaardig.
Mijn ogen ontmoetten de ogen van Michael. De stille kracht, altijd braaf, met etui en organizer, keek me brutaal aan. Of brutaal, het was wakker. Michael, noem eens een voorbeeld, zei ik. "Kruisen kruiste gekruist vanwege de s een t, kuisen kuiste gekuist idem, bonzen bonsde gebonsd vanwege de z een d," zei Michael. Ik kreeg het koud. Die slimme Michael had toch niks in de gaten? Ik dacht opeens door over zijn gedrag, het leuke koppie, het keurige haar, zijn absenties bij de gymnastiekles, de topprestaties met zwemmen.
De 45 minuten waren om, het lokaal stroomde leeg, het was pauze. Opeens stond Michael naast me. "Mevrouw Leeuwenberg, er is een probleem," zei hij. Wat dan?, vroeg ik. "Gaat u maar mee," zei Michael. Hij liep voorop door de stille gang. "Moet u hier eens kijken," zei Michael en hij opende een wc-deur. Voor ik het wist had hij mij de ruimte ingeduwd en trok hij de deur dicht. "Ik weet het ik weet het," zei Michael opgefokt en hij trok de rits van zijn broek open. "Ik draag een luier, ik draag een luier!" Het was waar, in de onderbroek zat een kinderluiertje. Michael streelde over mijn rok en voelde mijn luier. Ik dacht razendsnel na, het was duidelijk dat Michael luiers droeg en het ook van mij wist, maar ik was de docent, hij de leerling. "Michael, geen grapjes," zei ik met mijn meest serieuze stem. We hebben het er nog over. Ik zal jou nooit in de problemen brengen, als jij mij ook respecteert. Kunnen we elkaar begrijpen? Michael keek mij aan, deed de deur weer open, tuurde de gang in en duwde me weer naar buiten. Trillend liep ik naar de lerarenkamer.
's Nachts om 1 uur ging de telefoon. "Sorry mevrouw ik ben het Michael," klonk het zenuwachtig. "Ik wilde u niet in de problemen brengen. Maar ehhh... klopt het?" Ik wist niet wat te zeggen tegen de leerling. Hij was zeventien en ik 32. "Michael, neem me niet kwalijk," zei ik. "Het is midden in de nacht. We hebben het er nog over. Denk je aan de toets vrijdag?"
Hoe wist ik of ik Michael kon vertrouwen. Het was aanlokkelijk om met een leerling over luiers te praten, luierspelletjes te spelen, hem te verschonen of mezelf te laten verschonen. Maar als er problemen kwamen, werd de docent de dupe. Ik zag de lerarenraad voor me en bibberde bij het idee van de ouders. Ook was Michaels truc niet leuk geweest.
Tijdens de volgende lessen zat Michael mij zo aan te staren dat het ging opvallen. "Michael Michael, je bent verliefd op dikke Leeuwenberg," riepen de leerlingen in de gangen. "Ze is niet dik," had Michael terecht gemompeld, maar dat had het nog erger gemaakt. Michael stopte met staren maar de spanning bleef voelbaar. Het was lastig, ik begon ook een beetje verliefd te worden op de leerling maar mocht het niet laten merken.
Ditmaal was het 21.00 uur toen de telefoon ging. "Michael," hoorde ik aan de andere kant van de lijn. "Mevrouw Leeuwenberg, ik ben de man dus ik moet het ijs breken. Ik vind u erg leuk. Meer zal ik voorlopig niet zeggen. Ik wilde vragen of ik bij u langs kan komen om een boek voor de lijst te lenen." Welk boek?, vroeg ik laf. Michael noemde de titel. Je kunt het donderdagavond om acht uur komen afhalen, zei ik.
13. Michael durft
De hele donderdagmiddag was ik bezig met opruimen. Ik moest op Michael een onberispelijke indruk maken. Stipt om acht uur ging de bel. Michael stond voor de deur, liep naar binnen. Ik liet hem plaatsnemen op de bank, waar het boek lag en bracht hem een glas appelsap. "Mevrouw ik weet dat ik raar deed," zei Michael. "Het ging te ver. Nogmaals mijn excuses. Maar ik weet niet tot wie ik mij anders moet wenden. Ik draag luiers, u weet het, en ik moet, ik moet verschoond worden." Ik kreeg een warm gevoel. Michael was vreselijk dapper.
Michael, ik wil je best helpen, zei ik, maar hoe weet ik dat je mij niet in de problemen zult brengen?
"Mevrouw," zei Michael, "ik heb dit al mijn hele leven. Toen ik ontdekte dat u luiers draagt... ik geloof dat ik nooit zo opgelucht ben geweest. Ik zag het gewoon, ik wist het, ik heb u ook gezien bij de baby-winkel, het leek wel een zesde zintuig." Ik begon Michael te geloven. "Wilt u mij als-tu-blieft verschonen," zei Michael. Hij ging staan. "Kleertjes uit," vroeg hij, zijn gezichtje vertrok, zijn ronde bruine ogen sprongen vol tranen.
Kom maar mee, Michael, zei ik, en ik liep voorop naar de slaapkamer. Voorzichtig trok ik Michael zijn trui uit. Hij was gespierd. Kwam natuurlijk door dat zwemmen. Ga maar liggen, zei ik. Michael ging op het bed liggen en ik trok zijn broek uit. Daaronder droeg hij een plastic broek en daarin zat een grote luier. Ik ging op de rand van het bed zitten en streelde over Michaels T-shirt en plastic broek. Michael sloot zijn ogen. Na enige tijd liet ik hem rechtop tegen de kussens zitten.
Michael pakte mijn hand en begon te vertellen. Dat hij altijd al dol was geweest op luiers en vaak in bed plaste, maar dat nu, in klas vijf, de drang zo intens was dat hij de kleintjes zelfs naar school droeg.
"Daphne?" vroeg hij. Hij kroop tegen me aan, sloeg zijn armen om me heen, zocht met zijn hand naar de rand van mijn luier en streelde erover. "Dit is wat ik het hele jaar al wilde," zei hij. Nou, dan mag je wel trots zijn dat je het voor elkaar hebt gekregen, zei ik. Wie slaagt erin binnen een half uur bij zijn leerkracht in bed te liggen? Ik legde mijn hand op zijn broek, die warm was. Michael drukte zich nog vaster tegen me aan en zei: "Fijn hè?" Het was inderdaad erg fijn.
Opeens begon Michael te giebelen. "Weet u wie u leuk vindt?" vroeg hij. Nou?, vroeg ik. "Zuidema," zei Michael. Jean-Paul...?, vroeg ik. Dat was de gymnastiekleraar, tevens hockeytrainer, een mooie jongen van 35 met bruine krullen, die door veel meiden werd bewonderd. Mmm, zei ik. Hoe weet je dat? "Ik weet een heleboel," zei Michael. "Dat komt door mijn zesde zintuig. Nee hoor, grapje. Maar ik waarschuw. Zuidema is een penis. Zuidema heeft mij betrapt en uitgescholden en gechanteerd, hij wou dingen. Vandaar dat ik gym probeer te vermijden. Zullen we hem pakken?"
14. Een gemene leraar
Het eindejaarsfeest was in volle gang. Op het podium stond een nederpopgroep. Michael danste met Colombine, de klier sloop rond, Momo slingerde zich rond een paal, Melissa liep hand in hand met haar vriend.
Zuidema zat aan de bar en was omringd door vrouwelijke docenten. De gymnastiekleraar lachte wat af. Zuidema droeg een spijkerbroek ('jeans' zou hij zelf zeggen) en een roodwitblauw geblokt overhemd. "Daphne," riep hij enthousiast, terwijl hij een biertje omhoog hield. "Jou moet ik net hebben. Wat heb jij een mooie laarzen. Weet je wel dat je een ontzettend stuk bent?" Dankjewel, zei ik schijnbaar gevleid. "Time out meiden," zei Zuidema tegen het ploegje. "Werk aan de winkel. Ga maar lekker dansen Anne-Marijke." De lerares economie liet zich gedwee van haar kruk afglijden.
Zuidema woelde quasi-verlegen door zijn krullen. "Deze jongen wil jou beter leren kennen," zei hij ernstig. "Biertje?" Doe maar cola, zei ik. Zuidema stonk naar pils en pinda's en begon zichzelf te verkopen. Dat hij positieve verhalen hoorde. Dat ik in het lerarencorps zijn redding kon betekenen. Want hij was als sportman eenzaam tussen de kneukels. Willemijn van Frans hield geen orde, de wiskundedocent sjoemelde met cijfers, Lidy van Engels was een ijskonijn, terwijl hij, JP, een warm, oprecht persoon was die voor de kinderen opkwam. Dat wij vast op elkaar leken en dat hij mij héééél leuk vond. "Ga je straks mee naar Chez Liliane," vroeg hij. Dat was de nachttent in Osdorp. "O, wat spannend," zei ik.
Bij de biertonnen in Chez Liliane werd Zuidema, die inmiddels cognacjes wegsloeg, nog kleffer. Of Daphne een vriend had en JP ook leuk vond. Want Daphne leek onversierbaar. Met een grappig stemmetje vroeg hij: "Heeft Daphne soms nare ervaringen?" Nee hoor, zei ik. "Dacht ik al, sportmeid," zei Zuidema. "Maar ook lief en gevoelig. En," hij knipoogde ondeugend, "nog geen vaste aanstelling!" Of Daphne met JP naar huis wilde, het was immers vrijdagavond, dat JP fijn kon masseren. Eén kopje koffie, zei ik. We namen een taxi naar de drive-in-woning.
Zuidema plofte op de bank neer, waarachter een verlichte vitrinekast stond met bekers en medailles. Op de kast stonden foto's van JP als hockeyer, zeiler en skiër. "Geef deze knaap eens een showtje," zei hij koudweg. "Je hebt vast mooie lingerie aan." Doet Daphne JP eerst nog een drankje, slijmde ik. Op de huisbar stonden eveneens prijzen. Ik vulde een bokaal met cognac.
Toen ik mij omdraaide, had Zuidema zijn gulp al opengetrokken en zat hij zijn pik te strelen. Met de woorden 'Trofee voor de jager' reikte ik de zilveren kom aan. Zuidema pakte de beker, slurpte en zette de prijs neer. Showtje doen we ander keertje, zei ik met een lief stemmetje. Ik ging op een fauteuil zitten. Zuidema fronste. "Je bent toch niet frigide?" Dit is ook gezellig, fleemde ik. Zuidema's stem klonk nu kwaadaardig: "Je krijgt toch geen praatjes?"
Opeens stond de sportman naast me. Hij sleurde me van de stoel, dwong me op mijn knieën, plofte weer op de bank, trok aan mijn haren en duwde mijn hoofd in zijn kruis. "Zuigen!" beval hij. Zuidema trok mijn hoofd weer omhoog en gaf me een klinkende klap. Mmmmm, macho, laten we snel naar boven gaan, fluisterde ik strategisch. Zuidema liet los, wankelde de trap op naar de tweede verdieping, ging wijdbeens op de bedrand zitten, pakte zijn pik weer en beval: "Pijpen. Denk aan je vaste aanstelling." Mmmmm, kom zo, naakt kan je meer raken, zei ik. In de badkamer zette ik de douche aan. Vijf minuten later sliep de agressor.
In de huiskamer belde ik Michael. "Kom maar," zei ik. Een kwartier later stond Michael binnen. Zuidema lag met open mond te ronken. Ik kleedde de collega uit, die kreunde en trok hem een luier en plastic broek aan. Samen schoven we de leraar in de juiste positie. Michael pakte de koorden. Al snel lag het fotomodel met gespreide armen en benen vastgebonden. We zouden de slechte broeder kunnen kietelen, maar daar waren we te sportief voor.
Tevreden liepen we naar beneden. Michael stuurde vanaf Zuidema's computer alvast een mailtje naar Zuidema. "Lief klein meisje, ik wil je zo graag leren kennen en jou een luiertje omdoen.&